Een mooie ‘challenge’

Still uit documentaire Prison pioneers van Ulrike Helmer

Still uit documentaire Prison pioneers van Ulrike Helmer

Een mooie  ‘challenge’

Sinds 1 januari 2018 is iemand van onze sangha, Nelleke van Zessen, aangesteld als hoofd boeddhistische geestelijke verzorging bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Een ‘beroepsboeddhist’ bij het ministerie van Justitie. Jacky Limvers sprak met haar.

Hoe is dat zo gekomen?

Ik ben zeven jaar geleden begonnen met werken als boeddhistisch geestelijk verzorger in overheidsdienst. We werkten in de gevangenis, voerden gesprekken met gedetineerden en begeleidden mindfulness- en meditatiegroepen. Daarvoor waren er wel freelance boeddhistisch geestelijk verzorgers bij de overheid geweest, maar in 2011 begonnen we officieel. De tijdelijke erkenning van de overheid van de BUN als zendende instantie werd verlengd en een aantal jaren later in een definitieve erkenningsovereenkomst omgezet. Er was in die beginjaren veel ruimte om ons aanbod te ontwikkelen, want hoe word je boeddhistisch geestelijk verzorger? Nu, je wordt het eigenlijk pas als je het bent. Geldt ook voor moederschap, denk ik, ook voor ministers.[1]
 
Mijn voormalige leidinggevende, Varamitra, heeft mij van het begin af aan beleidstaken gegeven, ook omdat tijdens de sollicitatieprocedure duidelijk was geworden dat ik daar geschikt voor was.
 
Ergens een paar jaar geleden zei Varamitra: denken jullie wel eens over mijn opvolging,  laten we dat onderwerp op de agenda zetten. En toen hebben we er in intervisie serieus over gesproken, en ik kwam toen bovendrijven, bij de anderen en ook bij mezelf… maar zonder al te veel enthousiasme. Ik dacht ‘nou, het lijkt erop dat ik da t moet zijn’… en toen dat een of twee jaar later echt aan de orde kwam, toen dacht ik hetzelfde: ‘ik moet dat zijn’, maar nu met  meer enthousiasme, gewoon omdat ik  ouder was geworden en  meer had meegemaakt in mijn leven. Ik dacht ja, ik wil  die positie wel durven innemen. Toen was ik er nog niet. Er volgde nog een uitgebreide sollicitatieprocedure en inwerkperiode. Maar op 1 januari 2018 was het dan zover.
 
Van Varamitra heb ik geleerd: ‘Walk your talk’, - oftewel: zeg het niet alleen met woorden, maar laat het ook zien met daden, wees, kortom, een voorbeeld. Hoe ziet boeddhistische beoefening eruit in je werk, in je sociale relaties, in onderhandelingen, in samenwerken, in conflict, in ambitie, in teleurstelling. Kortom, wat kan het gezicht van boeddhisme zijn in de wereld van vandaag, 2018, Nederland. Hoe kunnen we een bijdrage leveren aan het opheffen van lijden, precies daar waar het lijden het grootst is. In de gevangenis ja, maar ook op de werkvloer, in gezinnen. Hij is voor mij, en de andere boeddhistisch geestelijk verzorgers een groot inspirator.

Je bent nu hoofd boeddhistische geestelijke verzorging bij Justitie. Wat is het doel van de functie?

In feite gaat het over het organiseren en mogelijk maken van boeddhistische geestelijke verzorging in de gevangenis en andere justitiële inrichtingen. Dat betekent leiding geven aan de boeddhistisch geestelijk verzorgers in het veld, dus je hebt te maken met functioneren, opleidingswensen, ziekte. Ik ben de eerst aanspreekbare. Ik maak ook deel uit van een managementteam met andere denominaties (moslim, protestant, RK, humanistisch,...), en met elkaar zijn we verantwoordelijk voor alle geestelijke verzorging in de gevangenissen. Dus je bent er voor je eigen club, maar ook voor het geheel. Als boeddhistisch geestelijk verzorger moet je kennis hebben van boeddhisme, maatschappelijk middenveld, de achterban. Je moet op het religieuze vlak je expertise kunnen inbrengen. Varamitra heeft ook de opdracht uitgevoerd om een opleiding Boeddhistische Geestelijke Verzorging  te starten. Nu is het mijn taak om contact te behouden met de opleiding en af te stemmen. Je bent ook een belangenbehartiger. Als er geen hoofd boeddhistische geestelijke verzorging was, zou er ook niet lang boeddhistische geestelijke verzorging zijn in de gevangenissen. Je moet er ook voor zorgen dat het vak blijft en mogelijkheden voor groei en ontwikkeling weten te vinden. Op dit moment zijn er in het veld 9 werkzaam, maar deeltijders. Totaal 4,5 fte.[2]

Nelleke van Zessen

Nelleke van Zessen

Voor een indruk van het werk van boeddhistisch geestelijk verzorgers in de gevangenis zie de documentaire Prison Pioneers van Ulrike Helmer:

 

Achter de hoge muren van de gevangenis komt elke maandag een groep gedetineerden bij elkaar voor een cursus mindfulness. Wat is de impact van mindfulness en meditatie op gevangenen?

 

In deze documentaire is Nelleke te zien in haar vorige functie.

En als je dat vergelijkt met je protestantse collega’s?

Zij hebben rond de 25 fte, net als de andere ‘groten’: islamitisch, rooms katholiek en humanistisch. Zij hebben 90% met elkaar, de rest 10%. Dat zijn dan boeddhisten, hindoes en Joden.

En jullie zijn allemaal wel gelijkelijk vertegenwoordigd in de Dienst, met elk 1 hoofd?

Ja, dat is een interessante vraag, want dat is net veranderd. Vroeger had het hoofd van de kleinere denominaties ook heel weinig uren, maar moest wel ook al die dingen doen: aansturen, vergaderingen, afstemmen met de opleiding. Dus er is een wijziging geweest waar is gezegd: elk hoofd krijgt in elk geval 0,56 fte. En op basis van het aantal mensen aan wie je leiding geeft wordt dat dan aangevuld. Ik ben de eerste die dat heeft, omdat ik net in dienst ben gekomen.

Het lijkt me qua werkomgeving een verschil van dag en nacht, gevangenis of ministerie. Klopt dat?

Het klopt wel, maar het is toch ook hetzelfde klimaat, hetzelfde ministerie. Onlosmakelijk verbonden met repressie en onvrijheid. Er is een bredere ontwikkeling in organisaties gaande dat er steeds minder op vertrouwen en steeds meer op controle wordt gestuurd. En zeker als overheidsambtenaren merken we dat. Voor een deel begrijp ik dat goed. We zijn ons er altijd van bewust dat we in overheidsdienst zijn en dat we publiek geld uitgeven, en dat we dat moeten kunnen verantwoorden. Dat we er hard voor moeten werken. Maar ik zie ook dat het soms wel een graadje minder kan, dat het doorgeslagen is. In ons departement, Justitie en Veiligheid, is die spanning heel voelbaar, omdat wij direct ‘op die gevangenen’ zitten. Als er zoiets gebeurt als met Anne Faber: je hebt geen idee hoe de Dienst Justitiële Inrichtingen dan onder druk staat, wat er dan gebeurt. Dan moeten ze omgaan met die hele publieke opinie die alleen maar zegt: Wat hebben ze fout gedaan bij Justitie?

Kun je een top drie noemen van wat jullie hebben gedaan?

Het contact met gedetineerden door alle muren en gedoe heen. Om daar alleen al te komen, bij de gevangenen. Daar slagen we uiteindelijk heel vaak in. In de loop van de tijd hebben we wel duizenden gedetineerden meditatie geleerd, in terugkerende bijeenkomsten. We hebben ze geleerd wat een sangha is, wat vrijheid in gevangenschap is, al is het maar alleen voor die momenten.

Kun je iets zeggen over sangha in de gevangenis?

Ik noem het nu bewust sangha, want het is groter dan de meditatiebijeenkomsten… maar ook weer niet. De gevangenissen zijn groot en de mensen zitten op hele verschillende afdelingen. Ze komen mediteren en kunnen elkaar vervolgens nooit meer zien, maar het effect van dat je met tien, twaalf, veertien, zestien man samen mediteert, dan heb je een sangha. En dat wordt ook zo ervaren. En ik gebruik dat woord weinig, maar het is er wel, denk ik.

Bij de Dienst Justitiële Inrichtingen: Wat is de impact van een boeddhist bij al die denominaties?

Lastige vraag… omdat we er nog niet zo lang zitten. Omdat we in een periode zitten waarin net een nieuwe onderlinge verdeling tot stand is gekomen, dat geeft ontzettend veel verandering. Wij zijn achteruit gegaan, anderen zijn gegroeid. De positionering t.o.v. elkaar is dus volledig in beweging. Dat stof is nog niet neergedaald. Dus we proberen daar nu met elkaar een weg in te vinden. Voor ons betekent het dat we als boeddhistisch geestelijk verzorger binnen Justitie niet zonder meer verder kunnen groeien en ons ontwikkelen. Dat dwingt ons om onze vleugels uit te slaan en andere gebieden – zorg, psychiatrie, defensie, ziekenhuis, nazorg ex-gedetineerden etc. – te verkennen. Anders geformuleerd betekent het dat het nu tijd is geworden, ik zou zeggen de hoogste tijd, om boeddhistische geestelijke verzorging – met onze expertise, onze opleiding aan de VU, onze mensen en onze ervaring – in het bredere maatschappelijk middenveld in te gaan zetten. De dharma dichter bij mensen brengen, mensen die vaak ernstig lijden, die de dharma het hardste nodig hebben. Dat is een mooie challenge.

[1]Formele eis om boeddhistisch geestelijk verzorger bij Justitie te worden is de afgeronde universitaire studie boeddhistische geestelijke verzorging gevolgd door de post-academische ambtsopleiding boeddhistische geestelijke verzorging, beide aan de VU. Daarnaast is zending door de Boeddhistisch Zendende Instantie vereist. Deze is dochter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN)

[2]Fte = full time equivalent. Bijvoorbeeld: 10 fte betekent tien volledige banen, die dus over meer mensen verdeeld kunnen worden.

Gedicht de nachtegalen

Nachtegaal

Over de Nachtegalen van J.C. Bloem

Myoko Sint

 

Ik heb van ’t leven vrijwel niets verwacht, 
’t geluk is nu eenmaal niet te achterhalen. 
Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht 
Zingen de onsterfelijke nachtegalen 

 

Dit is een gedicht uit 1950 van J.C. Bloem, die leefde van 1887 tot 1966. Hij was geen zenbeoefenaar en uit zijn levensbeschrijving blijkt geen belangstelling voor mystiek. Toch lees ik dit gedicht als een zengedicht.

 

Het eerste beeld dat het gedicht bij mij oproept: iemand loopt op een koude avond in april door de duinen (ik denk aan de duinen omdat ik daar zelf vaak nachtegalen heb gehoord). In zichzelf gekeerd, vol van sombere gedachten. En dan opeens: oooh… de nachtegaal. Wég somberheid, wég gedachten, wég wandelaar.

 

Op dat moment is er niet langer een wandelaar hier en een nachtegaal daar in de struiken, er is alleen nog dat zingen. Het verschil tussen ik en ander is voor één moment weggevallen. De nachtegaal heeft de wandelaar op dat moment volledig bevrijd. In zen noemen we dat een inzicht in je ware aard, in je ware zelf, het zelf waarin er geen onderscheid is tussen ik en ander.

 

Waarom noemt Bloem de nachtegaal onsterfelijk? Toen ik lang geleden aan het scheiden was en daar verdriet van had en er veel over piekerde, ging ik graag een eind langs de zee lopen. Bij die grote zee werd mijn verdriet klein, minder belangrijk. Ik voelde: die zee is hier al duizenden jaren en zal hier nog duizenden jaren zijn. Vergeleken bij mij is die zee onsterfelijk. Net als dat gezang van de nachtegalen: ook dat zal er altijd weer zijn, en dat besef op zich kan troosten, kan je uit jezelf halen. Maar het woord onsterfelijk past ook goed bij de kwaliteit van zo’n moment van bevrijding: niet alleen is er dan geen ik en ander, er is ook geen tijd. Er is alleen maar nu, en in dat nu is alles. In dat nu is het gezang van de nachtegaal onsterfelijk.

 

Hierboven heb ik de eerste twee regels gelezen als aanduiding van somberheid, van negativiteit. Maar vanuit zen zou je die regels ook nog anders kunnen lezen. Het lange gedicht Vertrouwen in de Geest is één van de oudste zenteksten, toegeschreven aan de derde patriarch Sengcan (circa 600). Dit gedicht begint als volgt:

 

De grote weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft. Wanneer voorkeur en afkeer beide afwezig zijn, wordt alles helder en onversluierd.

 

Dit is een herformulering van de tweede edele waarheid: de oorzaak van lijden (of ontevredenheid) is begeerte. We lijden niet aan wat ons overkomt, maar aan het feit dat we dat niet accepteren, dat we willen dat het anders was. Je zou ook kunnen zeggen: we lijden omdat we verwachtingen hebben. Ofwel, gebruikmakend van de woorden uit het gedicht:

 

De grote weg is niet moeilijk voor wie niets verwacht. Wanneer je het geluk niet wilt achterhalen, wordt alles helder en onversluierd.

 

Dan worden die twee eerste regels opeens juist positief: juist omdat de dichter (vrijwel) niets verwacht, kan hij openstaan voor het gezang van de nachtegalen.

Beeld van J.C. Bloem door Titus Leeser

Beeld van J.C. Bloem door Titus Leeser

In zo’n kort gedicht heeft elk woord betekenis. De dichter zegt: ik heb vrijwel niets verwacht. Dus toch wel íets. Wat dan? Vanuit de zenbeoefening zou ik zeggen: je mag verwachten dat er altijd weer die momenten zullen zijn waarop opeens een nachtegaal zingt, in welke vorm dan ook. Het kan de bel zijn aan het eind van de meditatie. Of het blaten van een schaap. Of een plotseling opklinkende lach die je hoort door een openstaand raam. Of het geluid van de wind door het gras als je buiten loopt, het krassen van vogelpoten op het dak … elk geluid kan het gezang zijn van de nachtegaal. En niet alleen elk geluid, ook alles wat je ziet, voelt, ruikt of proeft kán je bevrijden. Als je jezelf ervoor kunt openen, waartoe je helaas niet kunt besluiten. Het kan zich spontaan voordoen zoals in mijn lezing van dit gedicht, maar je kunt dat toeval ook een handje proberen te helpen. Dat doen we in onze sesshins, vooral als we met een koan mediteren.

 

Waarschijnlijk dacht Bloem overigens minder letterlijk. Waarschijnlijk dacht hij allereerst aan de inspiratie die soms, in een leven dat verder niet makkelijk was, uiteindelijk een mooi gedicht voortbracht. In deze lezing is hij zelf de nachtegaal, die soms (maar niet op bevel) opeens kan zingen in een gedicht. Dat is een andere lezing, maar dat maakt de zenlezing niet verkeerd. Misschien lees je het zelf op nóg weer een andere manier. Een gedicht dat maar op één manier te lezen is, kan geen goed gedicht zijn.

 

Ik heb van ’t leven vrijwel niets verwacht, 
’t geluk is nu eenmaal niet te achterhalen. 
Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht 
Zingen de onsterfelijke nachtegalen 

 

Zitten als een berg

Fuji

Zitten als een berg

Jiun roshi geeft zazen-instructie

Goedemorgen.

 

Wat een mooie dag! Een zenmeester zei: de wind gaat door en door. Is dat gelukt, daarnet, toen jullie buiten loopmeditatie deden? Of heb je geprobeerd de wind tegen te houden? Heb je jezelf helemaal doorlatend gemaakt? Of ben je je gaan verzetten? De wind is de wind. En wie ben jij? Daar gaat het over in zen.

 

Zen gaat niet alleen om het zitten op je kussentje. Het gaat er om wat we noemen het bevrijde zelf te realiseren én te leven. Als je je beperkt tot het realiseren van dat zelf op je kussentje maar het niet leeft, dan maak je een scheiding tussen zen en je leven. Heel extreem zou dat kunnen betekenen dat je in zen bevrijd bent en in je dagelijks leven niet. Toch is dat wel hoe we het soms beleven. Want zoals we zijn in een sesshin, zeker na een paar dagen, zo zijn we inderdaad niet in ons dagelijks leven. En dat is eigenlijk heel logisch, want we doen ook iets anders hier. Het idee is dat in sesshin een verdieping ontstaat van je zenleven.

 

Om zen te kunnen leven, om het bevrijde zelf te kunnen realiseren, is het belangrijk dat de geest helder en kalm is. Niet meer zo wild, zo onbeheerst. En ik denk dat dat in deze tijd een stuk moeilijker is dan vroeger. Misschien denk ik dat wel omdat ik oud begin te worden. Maar ik zie het ook bij mezelf, hoe moeilijk het is om rustig te blijven bij alles wat ons aan informatie ter beschikking staat. In zen spreken we over de monkey mind, de apengeest, die van de ene tak naar de andere springt, en steeds iets anders wil vastpakken. Die apengeest is in deze tijd volgens mij behoorlijk dominant aanwezig. Soms valt het me op als ik in mijn kamer zit en de computer en de telefoon zijn daar, wat alleen die twee dingen al teweeg brengen. Al die geluidjes! Al die boodschapjes: er is een bericht voor je. En van sommige weet je: als ik die ga bekijken, dan komt er meer. Maar o, moet je dan even sterk in je schoenen staan om dat niet te doen. Dat is de training van de geest. Dat jij in staat bent om gewoon hier te blijven bij dat wat je nu doet.

 

De eerste stap en misschien ook wel de laatste stap in meditatie is om stil te gaan zitten. Als we een geest willen die helder en kalm is, dan kun je je voorstellen dat het helpt om stil te gaan zitten. Natuurlijk kun je ook in beweging heel rustig zijn. Maar het is makkelijker om daarbij te komen, om dat weer te leren zou je kunnen zeggen, als je eerst ook je lichaam stilhoudt.

Prabhasa Dharma zenji in zazen (1973)

Prabhasa Dharma zenji in zazen (1973)

Dus als we gaan zitten in zazen, dan gaan we zitten als een berg. Er moet heel wat gebeuren wil je die omver gooien. Dus je zit met een brede basis en een heel klein topje, en je zit onbeweeglijk. Dat neem je dan later mee als je in activiteit gaat. Dan sta je op, je gaat lopen, maar tegelijkertijd probeer je dat onbeweeglijke van binnen mee te nemen. Vandaar dat we in een sesshin altijd aanraden om als je loopt, je handen samengevouwen op je buik te houden of samengevouwen achter op je rug. Dat helpt om wat stiller te lopen, wat onbeweeglijker te lopen. Het helpt je ook om je bewust te zijn van het lopen. Je handen zijn op je buik, op je midden, en dat herinnert je steeds weer aan… aan iets. Aan Het, zei mijn meester altijd. Probeer alles wat je doet zo stil mogelijk te doen. Dat is niet zozeer omdat we geen geluid willen maken, dat is een mooie bijkomstigheid, maar omdat het je helpt je volledig te geven aan dat wat je doet.

 

We zeggen wel eens in zen dat het enige dat je hoeft te leren is hoe je de theekopjes op het altaar zet. Hoe zet je je theekopje of je koffiekopje op de tafel. Alles zit daarin. Maar weet je – en dat past ook weer een beetje bij wat ik eerder zei, over die apengeest, dat verlangen naar steeds maar weer iets anders – als wij hier een hele dag alleen maar dat zouden oefenen, dan zouden jullie er helemaal niets aan vinden en zeggen nou, dat ga ik niet nog een keer doen. Misschien denk je nu nee hoor, dat zou ik best wel doen. Maar ik denk het niet. Want mijn ervaring is, dat als ik mensen bijvoorbeeld vraag om een hele dag alleen maar hun adem te tellen, ze vaak naar me toe komen en zeggen Ja, ik heb toch maar een andere oefening gedaan, want dat voelde veel beter. Weet je, het criterium van dat neerzetten van dat theekopje is niet of het goed voelt of niet, of dat jij je er lekker bij voelt. Eerlijk gezegd, als je je daar helemaal aan geeft, aan dat neerzetten van dat theekopje, dan heb je er geen idee van of dat lekker is of goed of verkeerd of wat dan ook. Kun je je voorstellen dat het juist daarom bevrijdend is? Maar misschien gaan we nog een beetje te ver voor de eerste dag van een retraite. We gaan nog even terug naar de oefening van vandaag.

 

Je gaat zitten in zazen. Je mag alles gebruiken wat je nodig hebt om goed te kunnen zitten. Als je een eigen kussen hebt, of als je er een handdoek bij wilt gebruiken, maakt mij niet uit, gebruik het. Je gaat zitten als een berg. En hoe je ook zit, op een bankje, op een kussen of op een stoel, zorg dat er een hele lichte holling is in je onderrug. Dan komt er namelijk ruimte in de buik voor de buikademhaling. Probeer dat maar uit voor jezelf. Ga bijvoorbeeld maar eens helemaal ingezakt op een stoel zitten in de theekamer en probeer dan te ademen. Kijk wat dat doet! Je kent het vast wel uit andere situaties, in je werk of thuis. Je bent heel zenuwachtig, je weet dat je je beweegt op de rand van de emotie. Als je dan ook nog in elkaar gaat zitten, dan kun je het wel vergeten. Dan ben je helemaal overgeleverd aan die beweging van de emoties. Je kunt niet bij je adem komen, want die is helemaal in het gedrang geraakt.

 

Dus daarom is het belangrijk om rechtop te zitten, een klein beetje een holling in de onderrug. Borstbeen naar voren. Niet overdreven, niks overdrijven. Niet echt een hoge borst op gaan zetten. Als je zit, check dan af en toe even, of je jezelf nog lang maakt. Stel je maar voor dat je inderdaad met je kruin aan dat spreekwoordelijke draadje aan het plafond hangt. Daardoor ontstaat ruimte. Ontspan je gezicht. Ik noem het: ga zo zitten dat je de bereidheid voelt om te lachen. Dan voelt je gezicht open. Je handen zijn bij elkaar in de kosmische mudra.

 

Je wilt die apengeest tot rust brengen en dat doe je door je aandacht op één punt, op één ding te richten. Je gaat je adem voelen. Begin met je aandacht te richten op de buik. Merk hoe er in de buik een beweging is van uitzetten en inkrimpen. Die beweging, daar ga je in mee. Die ga je pakken, en die ga je een heel klein beetje sturen. Dat doe je de eerste paar minuten. Je laat die buik een beetje uitzetten. Maar het blijft niet bij de buik, je merkt dat ook het onderste deel van de borstkas een heel klein beetje uit gaat zetten. Ik noem dat altijd een soort van een golfbeweging. Dus je hebt bij de inademing eerst een hele grote golf van uitzetten in de buik, maar die houdt natuurlijk niet op bij het middenrif, dus ook iets hoger is er een heel klein beetje die beweging van uitzetten. En als je uitademt hetzelfde. Je trekt de buikspieren een beetje aan en aan het eind ook nog een klein beetje de spieren in je borstkas. Dat bewust sturen van de adem doe je alleen in het begin even, zodat je echt goed die adem kunt voelen. Daarbij is vooral dat ronde gevoel van de buik belangrijk.

 

En dan ga je tellen. Ach, dat is helemaal geen tellen, dat weet je. Je hebt tien mantra’s van één tot en met tien. Een mantra is een geluid, meestal een eenlettergrepig woord, waarin je je helemaal kunt verliezen, waar je je helemaal aan kunt geven. Zoals bijvoorbeeld Ooooooom. Of Muuuuuuu. Maar nu heb je er tien! Op de uitademing doe je Eéeeeeen. Dan komt de inademing, je laat hem komen, en op de volgende uitademing ga je Tweeeee. Heeft niets met tellen te maken. Het zijn mantra’s. Ze helpen je om er helemaal in te gaan, om je er helemaal aan te geven, om je erin te verliezen. En wees niet bang, je komt altijd weer terug. En eigenlijk ben je ook niet echt weg. Wat verdwijnt, is de identificatie met een voorstelling van jezelf. En daar wil je vanaf, want die brengt alleen maar ellende. Je doet het toch nooit goed, vind je. In zazen gaat dat ook gewoon door. Zorg dat dat niet de kans krijgt. Je gaat helemaal, met al je energie die je hebt, naar Eéeeeeeen. Met al je energie, maar niet met allerlei spanning. Dat beginnen met het voelen van dat ronde van die buik, dat grote van die buik, dat zitten als een berg, dat zorgt ervoor dat je niet in die rare spanning terecht komt. Daarom stuur je in het begin je adem met de buikspieren.

 

Je dóet dus iets in zazen. Zazen is geen ontspanning. Het gevolg van zazen kan zijn dat je daarna ontspannen bent, maar zazen mag geen ontspanningsoefening worden. Je hebt een bepaalde spanning nodig. Het gaat er dus om (en niet alleen in zazen, daarbuiten ook) om steeds weer, in dít moment, het evenwicht te vinden tussen inspanning en ontspanning. Houd in gedachten vandaag dat je tot rust wilt komen in de adem. Gebruik de adem om daar heerlijk in mee te gaan. En er zijn geen andere doelen. Je hoeft niet meer energie te krijgen, of wakkerder te worden, of… wat je nog meer zou willen in zazen. Níets van dat alles. Dat ís er niet. Er is alleen iets wat je doet, namelijk in de adem gaan zitten. Dat ademen heeft geen dóel.

Cartoon zazen

Met dank aan Blue Ridge Zengroup, www.brzen.org

En probeer dit te doen zonder jezelf te beoordelen. Zonder te denken: het is goed of niet goed. De basis, de essentie is dat je jezelf accepteert zoals je nu bent. Ik ben nu zesendertig jaar met zen bezig, en ik zou echt niet weten wat een goede of een slechte zazen is. Dat meen ik, ik weet het niet. Het enige dat ik wel weet, is dat alles wat ik tot nu toe gedaan heb, ertoe heeft bijgedragen dat ik ben zoals ik ben. Maar om nou te zeggen het was díe zazen, dat was een goede zazen, daardoor… nee nee nee. Dat is er niet. Kijk maar. Kijk naar de natuur. Is er iets in de natuur dat niet goed is? We vinden het misschien niet leuk, we zouden het anders willen, maar in zichzelf, is er iets wat niet goed is?

 

Geef jezelf aan dat wat er is. Houd het heel eenvoudig vandaag. Doe alsof je voor de eerste keer zit. En zorg dat je tevreden bent vandaag. Als je merkt dat je denkt dat het allemaal niet goed gaat, zeg dan onmiddellijk: Stop. Ik ben tevreden. Gewoon zeggen. Ik Ben Tevreden. Punt uit. Nou, ga dan nog maar iets doen waar je ontevreden over bent. Dat zou knap zijn. Dat gaat nog niet zo makkelijk. Ook dat is de rust en de kalmte van de geest. Dat je tevreden bent. Geef jezelf dat geschenk. Ik kan het je niet geven, dat kun je alleen zelf doen. Ga gewoon, heel simpel, die adem tellen. Dan wordt het vandaag een hele goede dag.