Interview Jigen

Myoshin Jigen osho

Zen is de weg, zen is mijn leven

Interview met Myōshin Jigen osho door Threes Voskuilen

Het nieuwe Dharmahuis in Euskirchen zou de ontmoetingsplaats voor dit interview zijn. Helaas geldt ten tijde van dit interview het advies om geen niet-essentiële reizen te maken. Daarom ontmoeten Jigen en ik elkaar een aantal keren via het beeldscherm, en zijn we in de blauwe gloed van het scherm met kleine vertraging met elkaar verbonden. De verbinding schept een vreemd soort nabijheid en afstand tegelijk. Toch is het veel meer dan elkaar helemaal niet ontmoeten. Wij spreken Nederlands, want na bijna tien jaar wonen op de Noorder Poort, spreekt Jigen vele malen beter Nederlands dan ik Duits.

Wil je iets vertellen over je leven?

Ik ben geboren in 1953 in het dorpje Saal in Beieren. Mijn ouders zijn eenvoudige, lieve, intelligente mensen. Ik heb een zus die vier jaar jonger is en ik herinner me nog heel goed hoe wij speelden met mijn vader, en samen in de tuin werkten.

 

Mijn ouders hebben door de oorlog geen gewone jeugd gehad. Zij hadden geen idee wat het voor mij en mijn zusje betekende om jong te zijn en dat dan ook nog als meisje. Nadat ik de lagere school had doorlopen wilde mijn vader dat ik een opleiding als secretaresse ging doen om daarna naar het bedrijf te gaan waar hij werkte. Maar ik wilde naar het gymnasium en voor het eerst was ik moedig genoeg om dat door te zetten. Na het gymnasium begon ik met een studie rechten in Hamburg, maar ik stapte al vrij snel over naar sociologie.

Ik heb lang over mijn studie gedaan, want ik werkte ernaast. Bovendien had ik veel vrienden en was ik politiek betrokken. Ik was bezig met anarchisme, communisme, marxisme, maar ook met feminisme en ecologie. Ik werkte in een café dat collectief werd geleid en dat werd een heel belangrijke ervaring voor mij. In die tijd was ik een raadsel voor mijn ouders.

 

Van 1983 tot 1987 zat ik in de fractie van de Grünen in de Bondsdag, dat was toen nog in Bonn. Ik was zowel fractiemedewerker als parlementslid. Soms nam ik mijn dochter Lina, die toen een jaar of vier was, mee naar de Bondsdag. Zij zat dan naast me op een stoel stil te spelen met papier en kleurpotloden.

Toen ik aan het parlementswerk begon had ik grote verwachtingen, maar ik ben veel illusies armer geworden tijdens mijn zoektocht naar mogelijkheden om de wereld en de mensen te helpen. Ik initieerde in die tijd een congres met het thema: politiek, wetenschap en spiritualiteit, want ik wilde het politieke en het spirituele met elkaar verbinden. Intussen voelde ik me schuldig naar Lina omdat ik zoveel werkte, ook al nam haar vader een groot deel van de zorg op zich.

 

Na mijn werk voor de Bondsdag heb ik het Wassermanncentrum Zuid-Duitsland opgericht. Daar kreeg het werken in een collectief en ook de verbinding tussen spiritualiteit en politiek een nieuwe vorm. Ik had opleidingen in bio-energetica en gesprekstechnieken gedaan, wat goed van pas kwam. In die tijd kreeg ik mijn tweede dochter en niet zo lang daarna ontmoette ik Prabhasa Dharma voor het eerst.

Hoe ging de eerste kennismaking met Prabhasa Dharma zenji?

Wij zaten naast elkaar op het podium op een groot congres, dat door een boeddhistisch centrum in Zwitserland was georganiseerd. Er waren meerdere spirituele leraren uitgenodigd om te komen spreken over hoe in hun eigen leven de verbinding tussen spiritualiteit en politiek was ontstaan.

 

Prabhasa vertelde tijdens het congres hoe ze met een paar andere mensen Mount Baldy in Californië opbouwde en hoe haar band was met Joshu Sasaki roshi. Terwijl Prabhasa vertelde, dacht ik regelmatig: ‘Ah, dat zou ik ook op die manier gedaan hebben.’ Na het congres wisselden we onze adresgegevens uit. In de zomer organiseerde het Wassermanncentrum een veertiendaagse cursus over meditatie en healing, en daar nodigde ik Prabhasa voor uit. Ik haalde haar van het vliegveld en op weg naar het Wassermanncentrum kwamen we in een file terecht, waardoor we ineens heel veel tijd hadden om met elkaar te spreken.

Nadat ik Prabhasa naar haar kamer had gebracht, ging ik even rusten en dommelde ik weg op een sofa. Half slapend, half dromend dacht ik: ik ga met haar mee en breng mijn kinderen naar hun vaders. Toen schrok ik wakker en dacht: nee, nee, dat wil ik niet. Mijn idee toen was dat ik geen leraar nodig had, maar wat ik wel wilde was Prabhasa’s werk leren kennen. Dat zei ik ook tegen haar, waarop ze me een klein, verfrommeld papiertje gaf met data en een telefoonnummer van een centrum in Neumühle in Saarland.

 

Ik gaf mij op voor de cursus die Prabhasa daar van 25 november tot 8 december zou geven zonder dat ik het programma kende. Maar toen ik later zag wat dat inhield schrok ik enorm. Mediteren van ’s ochtends vier tot ’s avonds elf uur. Ik twijfelde hevig of ik wel moest gaan, ook al omdat me duidelijk werd dat je geacht werd van het begin tot het eind te blijven. Uiteindelijk besloot ik om wel te gaan en zo kwam ik in mijn bloemetjesoutfit niets vermoedend in Neumühle terecht, in een gezelschap van meer dan vijftig mensen, die voornamelijk in zwarte robes rondliepen. Daar begon ik aan mijn eerste dai-sesshin, gevolgd door een rohatsu, met daartussen slechts twee vrije dagen. Dat was het begin. Het waren twee weken in de hemel en in de hel, en toen het afgelopen was dacht ik: wanneer is de volgende sesshin?

Wat betekende het voor jou om een leraar, een meester te hebben?

Toen ik Prabhasa leerde kennen wist ik, dat ik op een bepaalde manier iets van haar kon leren, omdat ze was zoals ze was. Wat mij heeft aangetrokken in haar is dat ze zo helder was. Ze was zeker van wat ze deed, wat ze zei en wat ze dacht. Ze was absoluut helder op het niveau van het denken, maar ook helder, of noem het trefzeker, of effectief, in het doen van wat juist was. Daarnaast was ze toegankelijk, en aanspreekbaar wanneer iets niet goed ging.

 

Vanaf het eerste moment voelde ik me verwant aan Prabhasa. Een jaar nadat ik haar leerde kennen werd bij Prabhasa de diagnose kanker gesteld. Zij is acht jaar ziek geweest, afgewisseld met periodes dat het wel goed met haar ging. Jiun roshi heeft in deze jaren veel van haar werk overgenomen. Vaak is het moeilijk om te zeggen wat je precies hebt geleerd, dat weet je soms pas vele jaren later, maar samenvattend kan ik nu zeggen dat ik zen leerde kennen via Prabhasa Dharma zenji, terwijl met Jiun Roshi zen deel werd van mijn leven.

 

Jiun roshi met Jigen osho bij haar osho-ordinatie

Is Jiun roshi ook jouw leraar, meester?

Ja zeker, voor honderd procent, maar op een andere manier. Toen ik Prabhasa ontmoette was ik zevenendertig. Ik keek tegen haar op en zette haar altijd een beetje op een voetstuk. Het vertrouwen in Jiun roshi is nog dieper, al is het moeilijk om te vergelijken. Als ik bij Prabhasa in de wachtkamer zat voor sanzen, was ik gespannen omdat ik het goed wilde doen. Bij Jiun roshi ben ik rustiger, ervaar ik meer ruimte.

Je hebt bijna tien jaar op de Noorder Poort gewoond, hoe is dat voor jou geweest?

Ik ben in 2008 naar de Noorder Poort gegaan. Er waren toen twee bewoners, die niet geordineerd waren tot unsui. Het was op dat moment niet duidelijk of ik als unsui zou kunnen trainen. Twee jaar later werd dat toch mogelijk. In de unsui training zijn de basis elementen individuele begeleiding door Jiun roshi, dagelijks twee tot drie uur mediteren, studie, werken en deelnemen aan alle zenprogramma’s. De ordinatie tot unsui in 2010 was en is voor mij het allerbelangrijkst, het was mijn belofte dat deze weg prioriteit heeft boven al het andere, en dat ik deze weg ga met Jiun roshi. Het was een grote stap, want het is een heel diepe verbinding voor de rest van mijn leven.

Jij bent van een generatie waarin individuele vrijheid een groot ideaal was; hoe werkte dit voor jou terwijl je unsui was?

Natuurlijk waren er in de jaren als unsui ook situaties waarin het moeilijk is geweest, maar vrijheid was voor mij al lang niet meer doen wat je zelf wil. Ik geef een voorbeeld. Ik was altijd heel gedreven in het willen opbouwen van een gemeenschap. Ik wist dat mijn tijd op de Noorder Poort een trainingsperiode was en dat ik daar niet tot het einde van mijn leven zou blijven. Prabhasa wilde dat er in het noorden, het oosten, het westen en het zuiden centra zouden komen. In dat verlangen van Prabhasa heb ik altijd een rol voor mezelf gezien.

 

Destijds op de Noorder Poort las ik elke week Die Zeit. Daarin stond een advertentie van een gemeente tussen Hannover en Hamburg. Zij zochten iemand om in een groot leegstaand gebouw iets nieuws op te zetten. Ik liet de advertentie een tijdje op mijn bureau liggen en één dag voor het begin van de rohats, stopte ik de advertentie in mijn zak. Op een zeker moment kwam ik Jiun roshi tegen bij de buitendeur en zei: wacht even, ik wil je wat laten zien. Ik geef haar de advertentie, zij leest hem en zegt: ’wat wil je daarmee?’ Ik zei: ‘Dat weet ik nog niet, maar wil je er eens naar kijken?' Toen zei ze “Gooi maar weg, wij hebben genoeg te doen” en liep ze door.

Dat was een schok voor mij en ik dacht: nu ga ik weg. Toch besloot ik om eerst de rohatsu te doen. Tijdens de rohatsu vroeg ik me af of ik echt weg zou gaan, en toen werd me heel duidelijk dat voor mij, wat ik bij Jiun roshi kon leren, het belangrijkste was en dat alle uiterlijke zaken minder belangrijk waren. Jouw vraag ging over vrijheid, begrijp je dat dat een ander soort vrijheid is?

Mijn indruk is dat een grote kracht van de Noorder Poort is, dat groeien en steeds groter worden niet het hoogste doel is. Als het centrum vanzelf groeit is dat goed en zo niet , dan is het ook goed.

Ja, en juist dat is voor mij zo belangrijk. Daardoor heb ik veel geleerd, het geeft zoveel rust. Ik herinner me een moment waarop ik dat heel duidelijk voelde. Tijdens een gesprek met iemand realiseerde ik me plotseling dat mijn twijfel weg was. Zowel in de politiek als in het Wassermanncentrum was er bijna altijd twijfel of ik het wel goed deed en of ik wel voldoende deed, terwijl ik feitelijk heel veel deed, me enorm inzette. Toen ik me tijdens dat gesprek realiseerde dat die twijfel er niet meer was, voelde ik een enorme opluchting. Dat is een manier van leren die buiten het verstand, het denken omgaat. Dat is een ingrijpende verandering.

Prabhasa Dharma zenji, stichter IZI

Jij staat in de traditie van het International Zen Institute, wat betekent dat voor jou?

De traditie is belangrijk voor mij. In de tijd van het Wassermanncentrum heb ik veel vormen van onderricht en van leraarschap gezien. Ik heb ervaren dat het heel veel kracht kost om helemaal vanuit jezelf iets op te bouwen.

In deze traditie waarmee ik mij zo één voel, hoef ik het niet alleen op eigen kracht te doen. Ook nu ik leraar ben, blijf ik toch leerling. Er zijn ook andere mensen die hetzelfde pad gaan en alles wat ik in deze traditie inbreng, neemt de volgende generatie mee, zij gaan weer verder.

Kun je iets vertellen over jouw ervaringen als zenleraar?

Mijn inzicht komt uit concrete ervaringen en wat ik als leraar doe is dat doorgeven. Ik zal een ervaring vertellen, die ook iets grappigs heeft, namelijk hoe ik van een wc ging houden.

 

Als er een groep op de Noorder Poort was geweest maakten wij de kamers schoon, dat betekende soms tien, twintig wc’s en badkamers schoonmaken. Ik had toen veel lichamelijke pijn, maar ik wilde toch schoonmaken. Omdat ik zoveel pijn had, probeerde ik steeds uit, hoe ik kon bewegen met minder pijn. En zo zat ik op een keer op mijn knieën voor een wc terwijl ik met al mijn aandacht, heel gelijkmatige bewegingen maakte. Terwijl ik dat deed, verdween ik plotseling en kwam er tegelijkertijd een enorme energie in mij op. Dat was pure liefde. Het was zo’n intense ervaring dat daarmee voor mij voor altijd duidelijk was, dat je kunt verdwijnen, in wat voor werk je ook maar doet; niet alleen in wat je leuk vindt, maar ook in iets wat pijn doet of in iets wat je niet met veel plezier doet.

 

Een andere ervaring die mij motiveert als leraar komt ook uit het dagelijks leven, dat op de Noorder Poort bestaat uit meditatie en werken. Gasten, cursisten (en ook bewoners) kwamen en gingen, we waren er steeds met een andere groep. Een van de taken is uitleggen aan de gasten en cursisten hoe je in de goede meditatiehouding zit, hoe je je kamer schoonmaakt, hoe je groenten snijdt, hoe je de afwas doet, en al die dingen. Na jaren kon ik het dromen en op een keer dacht ik: hoeft dit nu alsjeblieft een keertje niet. In die stemming stond ik voor de deur van de keuken en plotseling was het zó helder. Dit doe ik niet voor mijzelf, maar ik doe dit voor anderen, steeds weer laten zien hoe je het op een goede manier kunt doen. Dat was ook zo’n inzicht, een moment waarop het leraar zijn zich verdiepte. Daarna was het voor mij nooit meer te veel om elke keer weer uitleg te geven.

Je bent sinds je geordineerd bent als osho ook bevoegd om unsui’s te trainen, wat is er mogelijk in unsui-trainingen?

Dat is weer een vraag die niet te beantwoorden is. De unsui-training is een proces tussen de leraar, de unsui en de omstandigheden. Het is een proces dat altijd in beweging is. Jiun roshi was in Californië bij Prabhasa in training, dat was een training van een op een. Er zijn zoveel vormen van unsui-training alleen al doordat de omstandigheden verschillen, want stel je maar eens een project op straat voor of in een klooster met vijfhonderd nonnen.

Terug naar Duitsland

Na bijna tien jaar unsui-training op de Noorder Poort is Jigen weer teruggegaan naar Duitsland. Wij spreken over de leefgemeenschap Burg Disternich waar het Zenhaus eerst gevestigd was en waar behalve Jigens dochter Lina ook Jigens ouders woonden. Lina was een van de belangrijkste initiatiefnemers van de leefgemeenschap, maar zij werd ziek en overleed. Dat waren twee verdrietige en gecompliceerde jaren. Intussen ontstonden tussen de bewoners van de Burcht grote verschillen in visie op de vorm van de gemeenschap. Die verschillen waren steeds moeilijker te overbruggen en leidden uiteindelijk tot het besluit van Jigen om daar geen verdere energie te verliezen en uit de Burcht te vertrekken. De hoogbejaarde ouders van Jigen verhuisden ook en zij wonen inmiddels naar tevredenheid in de buurt van de zus van Jigen.

De volgende stap van Jigen werd het vestigen van een Dharmahuis in Euskirchen.

Het nieuwe Dharmahuis is grondig gerenoveerd en nu in zijn geheel beschikbaar voor cursisten, gasten en/of medebewoners. De villa ademt geschiedenis met elementen uit de Bauhausperiode en ligt in een lommerrijke wijk tegen het centrum van het oude stadsgedeelte. In het najaar heeft Jigen veel in de stadstuin gewerkt. Er zijn heel veel nieuwe planten in gezet en al het blad van twee grote, oude Samubomen is opgeruimd. De bedoeling is om hier te werken met meditatiegroepen en te wonen met unsui’s  die een training volgen. Het nieuwe Dharmahuis zal daarin een goede functie hebben en hopelijk, zegt Jigen, zal het huis op den duur ook zonder mij kunnen voortbestaan.

 

Op de begane grond is een zendo waar plaats is voor vijftien mensen. Toen de renovatie half september vorig jaar bijna klaar was en de programma’s begonnen, was plotseling de tweede lockdown een feit. Daarom geeft Jigen alle cursussen online en dat werkt heel goed. Het lijkt alsof er geen muur meer is, zegt Jigen, mensen van ver weg zijn via internet heel direct dichtbij. Maar toch, zegt ze, kijk ik uit naar het voorjaar, naar de zomer en naar een einde van de lockdown, zodat we elkaar weer echt kunnen ontmoeten.

 

Voor het programma, zie de website van dit Dharmahuis.

Zendo Dharmahaus Euskirchen

Jigen bij het altaar

Voorpagina voorjaar 2021

Alles kan je thuis zijn. Dit kan je thuis zijn: slaat bel. En dit is het thuis: schrijft.

Jiun roshi over Naar huis gaan

Mijn inzicht komt uit concrete ervaringen en wat ik als leraar doe is dat doorgeven.

Interview met Myoshin Jigen osho

In die felle zon

is jouw parasol, mijn lief,

wel bijzonder klein!

Haiku's over zonlicht

Wat is de zin van bladeren vegen als het zo hard waait?

Lilian onderzoekt perfectionisme

...wat doen we met vader, in zijn graf?

Blijven we hem haten...

Nieuwe rubriek Dichter bij Zen

Het Dharmahuis zit vijf jaar aan De Tuinen en viert dat met een jubileumprogramma

In augustus is er speciaal voor Vrienden van de Noorder Poort een zenmarathon

... maar is dat wel nodig?

Cartoon van ArdAn

In de lockdown gaan ook zenbijeenkomsten via Zoom.

Online zen

Met de tunnelkas is de moestuin volwassen geworden. Leven en dood in de landschapstuin

Naar huis gaan

Dit is een bewerking van een lezing die Jiun roshi heeft gegeven voor het platform 30Now op 25 oktober 2020

Jiun Hogen roshi

Naar huis gaan in tijden van verandering

We horen tegenwoordig vaak, dat we leven in tijden van verandering. Je kunt je afvragen of er tijden zijn zonder verandering. Volgens de leer van de Boeddha is veranderlijkheid immers één van de drie basiskenmerken van het bestaan.

 

Ik denk dat dat ook één van de eerste dingen is die je ontdekt als je gaat mediteren. Zodra je op je kussentje gaat zitten, zodra je stil wordt, zie je tegelijkertijd een voortdurende verandering. In de loop van de beoefening wordt dat ook steeds duidelijker en zijn de veranderingen die je ziet steeds fijner, steeds subtieler. Hoe langer we mediteren, hoe langer we kijken met de blik van de Boeddha, hoe meer we zien dat ons lichaam, onze emoties, ons denken allemaal van moment tot moment veranderen. Dat wat we het zelf noemen, is voortdurend in beweging. En ook ‘buiten’ onszelf zien we dat de dingen voortdurend veranderen.

Maar als er gesproken wordt over tijden van verandering, dan gaat dat vaak over veranderingen die door heel veel mensen of zelfs door de hele maatschappij ervaren worden. Het is heel duidelijk dat wij nu in zo’n tijd leven.

 

Als we na gaan denken over vergankelijkheid, over het feit dat alles verandert, dan merken we dat we dat niet altijd leuk vinden. Zo ervaren we de corona-periode die er nu is als een onprettige verandering. Van veel dingen willen we dat ze blijven zoals ze waren. Maar er zijn natuurlijk ook dingen waarvan we juist heel blij zijn dat ze veranderen. We hopen nu waarschijnlijk dat dat hele gebeuren rond corona weer gaat ophouden, dat is een verandering die we allemaal wensen. Dat is prima.

 

Vanuit zen en vanuit het boeddhisme zien we dat die vergankelijkheid uiteindelijk de mogelijkheid geeft tot alles. Als er geen vergankelijkheid was, zouden we hier vanavond niet zo zitten, bijvoorbeeld. Ik weet eigenlijk niet wat er dan zou zijn, ik kan me een leven zonder vergankelijkheid niet voorstellen. Die vergankelijkheid is in feite dus iets heel positiefs: die geeft de mogelijkheid tot alles, wat overigens onlosmakelijk verbonden is met wat we sunyata noemen of leegte.

 

Die mogelijkheid tot alles heeft te maken met wat ik noem: naar huis gaan. Naar huis gaan was ook de titel van het enige boekje dat mijn meester heeft geschreven, al heel vroeg in haar zenleraarschap, over wat zentraining is voor haar. Als titel van dat boekje heeft ze gekozen: Going home. En dat naar huis gaan staat in dit verband voor het realiseren van dat wat we zelf noemen. Met alles wat daar aanhangt. Mijn meester heeft het in dat boekje als volgt geformuleerd: dat wat we zelf noemen, is het kortstondige samenkomen van dingen in een unieke, kortstondige gebeurtenis genaamd zelf, en het daaropvolgende onmiddellijke oplossen van deze gebeurtenis genaamd zelf. Dat ga ik in de rest van mijn lezing uitleggen.

 

Dus naar huis gaan is het realiseren van het zelf, en het zelf is het kortstondig samenkomen van dingen in een unieke gebeurtenis. En: het onmiddellijk weer oplossen van die gebeurtenis. Je zou kunnen zeggen: naar huis gaan is het ontstaan van dat kortstondige zelf en het huis verlaten is het onmiddellijke oplossen van dat kortstondige zelf. We hebben het dus over komen en gaan. De titel van het boekje was dan ook niet thuis zijn, maar naar huis gaan. Een vollediger titel zou zijn: naar huis gaan, en het huis weer verlaten.

 

Ook de Boeddha heeft dat zo genoemd. Als hij over zichzelf sprak, duidde hij zichzelf aan als de Tathagatha. Bijvoorbeeld: de Tathagatha heeft gehoord dat.... Dat woord Tathagatha betekent: zo gekomen. En eigenlijk zouden we daaraan toe moeten voegen Tatha-agatha: zo gegaan. Tathagatha is: zo gekomen, zo gegaan. Naar huis gaan, en het huis weer verlaten. Dus dat huis is een tijdelijk thuis. Je thuis is een kortstondig thuis, dat steeds opnieuw tot stand komt. Steeds maar weer. Steeds maar weer.

Het vraagt om meditatie, om verstilling, om niet-weten, om daar te komen waar je helemaal thuis bent. Tijdens mijn zentraining heb ik veel geoefend met koans. Koans zijn verhaaltjes, situaties, waaraan meestal een vraag gekoppeld wordt. Ze hebben altijd iets te maken met de werkelijkheid van dat kortstondige, bewegende zelf. Ik herinner me twee koans die direct te maken hebben met dat thuis. De eerste is afgeleid van een uitspraak van meester Hongzhi, een Chinese zenmeester uit de twaalfde eeuw, die zei: Wie de weg volgt, houdt er nergens een vaste verblijfplaats op na. De vraag daarbij is dan bijvoorbeeld: waarom heb je geen vaste verblijfplaats? Vanuit je denken zou je al heel snel kunnen antwoorden: logisch, alles verandert steeds, dus is er ook niet zoiets als een onveranderlijk thuis. Maar hoe realiseer je dat?

 

Een andere koan waarmee ik geoefend heb, die ik kreeg van Sasaki roshi, was: How do you realize yourself as a homeless monk? Hoe realiseer je jezelf als een thuisloze monnik? Beide koans hebben iets te maken met dat thuis. Hongzhi zegt: je hebt geen vaste verblijfplaats. En Sasaki roshi vroeg: hoe ben je een thuisloze monnik? En daarmee wordt niet bedoeld dat een monnik geen bezit en dus geen thuis heeft, het gaat om een verwijzing naar de werkelijkheid van het zelf. Het verwijst naar onze mogelijkheid om naar huis te gaan en dat huis steeds weer te verlaten, een mogelijkheid die onafhankelijk is van of we dat kunnen of willen. Want in feite is er altijd die voortdurende beweging, die voortdurende stroom van hele kortstondige gebeurtenissen, en die gooien we op één hoop en zeggen: dat ben ik. Dat is het zelf.

 

Hoe komt die beweging, die stroom aan gebeurtenissen, dat zelf, eigenlijk tot stand? Hoe komt het dat we naar een thuis gaan, en dat thuis ook weer verlaten? Waarom is er die voortdurende beweging? Laten we eens kijken of ik jullie mee kan nemen naar dat thuis. Daarvoor gebruik ik graag de oefening van het adem tellen. Dat is een hele goede meditatieoefening om te realiseren dat je steeds naar huis gaat. En dat je dat huis weer verlaat.

 

We doen dat op de volgende manier, de manier waarop we wat mij betreft altijd die oefening van dat ademtellen doen: je ademt in, en op het moment dat je uitademt, adem je het getal ééééén uit. Dat één valt dus helemaal samen met je uitademing. Zolang je uitademt, is er niets anders dan: ééééén. En dan volgt als vanzelf de inademing, en bij de volgende uitademing wordt alles: tweeeeee. Dus op het moment dat je één uitademt, is dat één je thuis. Dan adem je in, en verlaat je dat thuis weer, en je gaat vervolgens naar het thuis tweeeeee.

Dat is iets om te dóén. Dus je moet er niet te veel over nadenken of proberen het te begrijpen. Je hoeft het ook niet mindful te doen, want dan is er ook nog een beetje ‘weten’. Met je hele wezen ga je in die uitademing van ééééén zitten. En de inademing komt vanzelf. Dan ga je naar tweeeeee. Zo heb je steeds een ander thuis. Eerst het thuis ééééén. En je verlaat dat thuis. En dan komt het thuis tweeeeee. En je verlaat dat thuis. En dan komt het thuis drieeeee. En je verlaat dat thuis. Enzovoort. En als je bij tien bent, ga je weer naar het thuis ééééén.

 

Het is een wonder, hè. Op het moment dat je één uitademt, is alles als één thuisgekomen. Dus de hele familie die we het zelf noemen, ideeën, voorstellingen, gevoelens, emoties, lijf, noem maar op, is samengekomen in dat één. En vervolgens in twéééé. En dat is bevrijdend. Want op het moment dat die hele familie samenkomt in dat thuis van één, is er niets anders meer dan dat. Al het andere is even verdwenen. Als je meegaat in die beweging, er helemaal naartoe gaat, samenvalt met wat er is, niet alleen in de één maar ook in de twee en de drie en de vier, dan is er steeds dat hele kortstondige moment dat dat zelf nog vrij is van alle kenmerken, van al het weten, van alles wat het moet, van alles wat het wil, etcetera etcetera. Dan voel je je als herboren. Dan ben je ook herboren.

Dat is wat ik wedergeboorte noem: een wedergeboorte van moment tot moment. In dat kortstondige zelf zitten dingen die steeds opnieuw samenkomen, met maar hele kleine veranderingen, maar het is toch steeds weer opnieuw herboren worden. Om dat te kunnen realiseren, moeten we ook steeds weer dat huis verlaten, moeten we meegaan in dat proces. Dat is niet voorbehouden aan boeddhisten, of aan zen-beoefenaren. Net als het niet is voorbehouden aan wijze mensen, of aan rijke mensen, of aan vrouwen of aan mannen: ieder mens kan steeds weer thuiskomen. Eigenlijk moet ik het nog anders zeggen: we kómen ieder moment thuis, of we het willen of niet, of we het weten of niet. Waar het om gaat is dat we ons dat ook realiseren, want dan is er ook die bevrijdende werking. Bijna als een soort opluchting: alles was even weg, en je kunt weer naar het volgende toe.

 

En dat is natuurlijk niet alleen mogelijk in het adem tellen of in welke andere meditatieoefening dan ook. Álles kan dat thuis zijn. Dit kan jullie thuis zijn: [slaat bel]. En dit is het thuis: [neemt slokje water]. Dit is het thuis: [schrijft]. En ook de dingen die binnenkomen door onze zintuigen zijn in principe dat thuis. We zeggen wel eens dat de Dharma geen onderscheid maakt. De Dharma zegt niet: ik ben wel thuis in mooie dingen, maar niet in lelijke dingen. Alles wat er is in het leven, wat het ook is, is op het moment dat we er contact mee maken, ons thuis. En dus heeft alles ook die bevrijdende kwaliteit. En het is die bevrijdende kwaliteit die ons opent, die – wat ik helemaal in het begin zei – de mogelijkheid is tot alles.

 

Dat is ook één van de redenen waarom we in het boeddhisme wel eens zeggen dat een bodhisattva geen vast standpunt heeft. Een bodhisattva heeft wel een standpunt maar geen vást standpunt. Een vast standpunt zou betekenen dat er niet meer de mogelijkheid tot alles is. Een vast standpunt verhindert dat we zien dat we steeds weer opnieuw geboren worden. Dat we contact kunnen maken met dat wat er nu is. En pas als we echt, echt dat contact gemaakt hebben, dan kunnen we van daaruit alle kanten op. Dan kunnen we het alsnog afwijzen. Dan kunnen we het alsnog liefhebben. Maar het begint met het thuis zijn in dat wat er is.

 

En ook in tijden dat we het moeilijk hebben, kunnen we onszelf ruimte geven door naar een thuis toe te gaan. En dat kunnen we oefenen door te beginnen met kleine, dagelijkse dingen die zich regelmatig voordoen in ons leven, en die geen lading hebben van voorkeur of afkeer. Ik geef hier in het centrum vaak het voorbeeld van de deuren open en dicht doen. Steeds als je een deur open doet, als je een deur dicht doet: laat dat even je thuis zijn. Dat er op dat moment niets anders is. En je gaat herboren verder. Met alles wat er was, en toch ook weer nieuw.

Je kunt iets uitzoeken voor jezelf. We werken allemaal veel met de computer, we hebben altijd onze telefoon bij ons. Je zou kunnen zeggen, iedere keer dat ik die telefoon hoor, of dat er een of andere beltoon klinkt, ga ik me eerst realiseren dat die beltoon op dat moment mijn thuis is. Niet gelijk kijken wie het is, nee, me alleen even realiseren dat die beltoon op dat moment het thuis is. Dat kun je gaan oefenen. En ik denk dat je zult merken dat dat ruimte geeft in je leven, en in die zin bevrijdend werkt. Dat je je gaat openen voor dat wat er is.

 

En als je je niet volledig realiseert dat dat je thuis is, is dat niet erg. Als je het ziet als een oefening die je steeds maar weer kunt doen, zul je merken dat in ieder geval in jou zich de bereidheid gaat ontwikkelen om contact te maken met de dingen die op je pad komen. Dat je niet meer onmiddellijk bezig bent met voorkeur en afkeer, met wat je leuk vindt en wat je niet leuk vindt, maar dat je gaat leven in de werkelijkheid van wat er op dit moment is.

 

In onze zen-beoefening stellen we vaak de vraag: Voordat je weet wat het is, wat is het? Voordat je in je oordelen schiet, wat is het? Voordat je het een naam geeft, wat is het? Voordat je het fijn of niet fijn vindt, wat is het? En als je je dan realiseert wat het is, wat op dat moment het thuis is, dan zul je merken dat je vandaar uit heel veel kanten op kan. Dat is wat ik ons allemaal toewens, dat we om kunnen gaan met alle verandering op zo’n manier dat we steeds weer thuis zijn, dat we naar huis kunnen gaan in deze tijden van verandering, en dat huis ook weer kunnen verlaten. Ik hoop dat jullie hier een uitdaging in zien om dingen te gaan doen in je dagelijkse leven, terugkerende dingen, en je te realiseren: dit is mijn thuis. En nu al niet meer. En dit is mijn thuis. En nu al niet meer. En die verandering, die is heel goed, daar gaan we in mee. Want eigenlijk kan het niet anders. Eigenlijk ís het gewoon zo. Dank jullie wel voor het luisteren.

Vraag: Soms is een verandering wel heel overheersend en dan is het heel moeilijk om thuis te komen.

Jiun roshi: Ja, dat klopt. Ik praat er hier natuurlijk wel heel gemakkelijk over, maar het is heel moeilijk om te doen. Daarom raad ik aan om te beginnen met dingen die vertrouwd voor je zijn, die veilig voor je zijn, die zich regelmatig voordoen, en om daarbij voor jezelf ook dat beeld op te roepen: ik ga nu even thuis zijn in het moment dat ik mijn koffie drink, of de bel hoor, of de deur open doe.

 

Vraag: Dat voortdurend thuiskomen en verlaten, is dat niet iets wat steeds in hetzelfde enkele moment gebeurt en dus buiten de tijd staat?

Jiun roshi: Ja, prachtig opgemerkt. Dat is uiteindelijk natuurlijk zo. We hebben het vaak over geen ruimte en geen tijd en dat heeft inderdaad helemaal hiermee te maken. Op het moment dat je je realiseert dat je één bent in dit, wat het ook is, zijn eigenlijk alle grenzen weggevallen, dus ook de grenzen van ruimte en tijd. Dus dit moment is de eeuwigheid, het is niet afgebakend door tijd of ruimte. Dat is volgens mij ook waarom we het ervaren als iets bevrijdends, los van ruimte en tijd.