Berichten van het Dharmahuis

Foto © Simon van der Woude

Berichten van het Dharmahuis

Gastverblijf

De badkamer die op de zolder van het Dharmahuis wordt gebouwd is bijna klaar. Hierdoor is het mogelijk dat gasten een nacht, een paar dagen of langer in het Dharmahuis kunnen verblijven en met het dagelijkse programma mee kunnen doen. Dat betekent 's ochtends en 's avonds een meditatieprogramma en overdag meewerken. In een groot huis met een actief centrum is altijd wel iets te doen. We werken zoveel mogelijk in stilte en met aandacht. Het is ook mogelijk om het programma aan de persoonlijke behoefte aan te passen, zolang het past in de zenbeoefening.

 

Mocht je hier belangstelling voor hebben dan kun je contact met ons opnemen (zie de contactgegevens hieronder).

Boekje 'Liefs van Nettie'

Twee jaar geleden is Nettie Groeneveld overleden. In het najaarsnummer van 2018 stond een In memoriam voor haar. Ze maakte jarenlang deel uit van de maandagavondgroep in het Dharmahuis en deed regelmatig mee aan retraites op de Noorder Poort. Ook was ze bestuurslid van de Stichting Vrienden van de Noorder Poort.

 

Toen ze hoorde dat ze uitgezaaide slokdarmkanker had en niet meer behandeld kon worden, heeft ze haar gedachten en ervaringen in verschillende nieuwsbrieven opgeschreven en gedeeld met dierbare mensen in haar omgeving. Het zijn hartverwarmende en ontroerende brieven, waarin ze vol wijsheid en mededogen schrijft hoe ze de laatste fase van haar leven ervaart. Zo schrijft ze: Ik ben een bevoorrecht mens, dat ik heb geleerd dat het leven zich in dit moment afspeelt. Ze laat ons zien hoe ze dit bevrijdende inzicht keer op keer leeft, ook op momenten die moeilijk zijn.

 

Voor haar overlijden hebben Nettie en Lenie (haar vrouw) besloten de brieven te bundelen in een boekje, zodat anderen er misschien inspiratie en steun uit kunnen putten. De oplage (en de opbrengst) van het boekje is aan het Dharmahuis gedoneerd. Het is daar ook te bestellen en kost  € 8,50 (de portokosten zijn € 3,75).

 

 

Contactgegevens van het Dharmahuis zijn: Tel: 06-11755886 of contact@dharmahuis.nl

Agenda najaar 2020

Noorder Poort vanuit poel 1

Agenda

Zolang de corona-maatregelen gelden worden er vrijwel uitsluitend 1p-kamers gebruikt en betaalt iedereen dezelfde prijs. Zodra die maatregelen kunnen vervallen, komen er weer verschillende prijzen voor 1p- en 2p-kamers. Prijswijzigingen worden in dit nummer van ZenLeven niet doorgevoerd; als je twijfelt, raadpleeg de agenda op zenleven.nl.

 

Aanmelden voor een programma

 

DatumCodeProgrammaLeidingPrijs
t/m 12 december2027Herfsttraining
23-26 november2030Daily life sesshinJiun Hogen roshi€ 175
27-29 november2031Body & mind weekendDaishin van Hoogdalem€ 170
5-12 december2032Rohatsu-sesshinJiun Hogen roshi€ 523
 
28 december - 1 jan2033Nieuwjaars-sesshinMyoko Suigen osho€ 314
 
5 feb - 6 maart2101Wintertraining€ 1375
5-7 februari2102Zen weekendMyoko Suigen osho€ 170
9-12 februari 2103Daily-life sesshinJiun Hogen roshi€ 170
16-21 februari2104Go-sesshinTetsue roshi€ 365
27 feb - 6 maart2105Dai-sesshinJiun Hogen roshi€ 500
 
19 - 21 maart2106Body & mind weekendDaishin van Hoogdalem€ 170
15 - 18 april2107WandelretraiteMyoko Suigen osho
& Kyosei Verboom
€ 235
19 - 23 april2108Werkweek€ 50
27 april - 2 mei2109Kokoro-sesshin Jiun Hogen roshi€ 365
3 - 7 mei2110Werkweek€ 50
13 - 16 mei2111Familie-sesshinTetsue roshi€ 250 volw /
€ 125 (kind 3 t/m16 jr)
 
28 mei - 26 juni 2112Voorjaarstraining€ 1375
28 - 30 mei2113Zen weekendAnshin Tenjo osho€ 170
1 - 4 juni 2114Daily-life sesshinJiun Hogen roshi€ 170
8 - 13 juni2115Go-sesshinMyoko Suigen osho€ 365
19 - 26 juni2116Dai-sesshinJiun Hogen roshi€ 500

Voor nadere informatie mail naar np@zeninstitute.org of bel op werkdagen tussen 9 en 12 naar 0521-321204. Of meld je meteen voor een programma aan.

 

Onze zenprogramma’s zijn niet voor iedereen financieel haalbaar. Daar hebben we iets op gevonden: het BeurZen-fonds. Lees hoe je een bijdrage aanvraagt uit dit fonds, of hoe je aan het fonds kunt doneren.

Schilderijen Ardan

Schilderijen Ardan te koop

van de Stichting Vrienden van de Noorder Poort

In het vorige nummer hebben jullie kunnen lezen dat Ardan Timmer tegenwoordig tot volle tevredenheid in zijn camper woont. Daar is geen ruimte voor schilderijen en ook niet voor doeken, verf en penselen, dus op dit moment heeft Ardan het schilderen er aan gegeven.

 

Alle schilderijen die hij nog had, heeft hij geschonken aan de Vriendenstichting, die dat in grote dank heeft aanvaard. Er zijn er al veel verkocht, maar hieronder kun je kijken welke er nog zijn.

Als je belangstelling hebt voor één van deze schilderijen, laat het dan weten aan Modana Rouw, via vrienden@zenleven.nl. Je kunt altijd een afspraak maken met haar om het schilderij van je keuze in het echt te zien, voor je beslist het te kopen.

De verkoop van de schilderijen heeft tot nu toe al € 1800,- opgeleverd. Dank aan de kopers!

Ook dank voor alle periodieke giften

We maken graag van deze gelegenheid gebruik om ook onze dank uit te spreken aan alle vrienden die een periodieke schenking doen, al dan niet via automatische incasso. Die regelmatige inkomsten zijn van heel groot belang voor ons. Ze maakten het bijvoorbeeld mogelijk om te reageren met een gift van € 5000,-  op de vraag van de Noorder Poort voor steun in de  eerste coronagolf.

 

 

Klik op een afbeelding om het volledige schilderij te zien.

 

Boomkikkers op Noorder Poort

Boomkikkers op de Noorder Poort: lust of last?

door Leonhard Schröfer (leidinggevende landschapstuin)

In 2018 zijn de boomkikkers voor het eerst in de landschapstuin verschenen en nu, twee jaar later, horen we de kikkerkoren vanuit alle poelen. De zachte winters en de warme zomers hebben de boomkikkers goed gedaan.

De reacties op de Noorder Poort zijn verschillend. De één vindt het ‘magisch’ om ze te horen; een ander heeft er slapeloze nachten van en nog weer anderen maakt het allemaal niet uit. Met dit stukje hoop ik meer begrip te kweken voor deze bijzondere nieuwe gast op de Noorder Poort.

Eigenlijk is boomkikker een vreemde naam, want in de bomen zal je dit kleine kikkertje nauwelijks aantreffen. Het diertje leeft bij voorkeur op braamstruiken. Een volwassen exemplaar wordt ongeveer 4 cm groot en heeft zuignapjes aan zijn poten om tegen de hoog opgaande planten op te kruipen. Het is een gedrongen groen kikkertje met een donkere streep over de zijkant van het lijfje. De pootjes zijn keurig onder het lichaam gevouwen. Ze houden van zonnen. Stengels en grote bladen dragen met gemak hun gewicht. Zittend op een blad vangen ze dan insecten.

Voortplanting

Vanaf april verlaten ze hun overwinteringsplaats om zich voort te planten in de aanwezige poelen. De mannetjes zitten ’s avonds bij de poelen te roepen om wijfjes te lokken, met een ‘kè-kè-kèkè-kè-kè’-geroep, vanaf een half uur vóór tot enkele uren ná zonsondergang. Dat kan zich ontwikkelen tot een indrukwekkend boomkikker-koor. Hun geroep (of gezang?) gaat door tot ongeveer eind juni.

Het vrouwtje zit intussen niet stil. Ze zet in korte tijd (vaak zelfs in één nacht) een aantal ei-klompen af in het water, die overigens moeilijk te vinden zijn door de geringe grootte en de lichte kleur van de eieren. Vanaf eind april tot in augustus zijn in het water larven aan te treffen, die tot 5 cm lang worden.

Dikkopje van de boomkikker...

... en van de bruine kikker

De meeste net volgroeide boomkikkers verlaten in juli en augustus het water (soms al iets eerder). Boomkikkers verblijven het grootste deel van hun leven op het land. Alleen tijdens de voortplantingsperiode wordt het water bezocht. Daarna verblijven zowel mannetjes als vrouwtjes in de ruime omgeving van de poelen, liefst in zonnige, beschut gelegen vegetaties.

Vanaf eind september tot half november gaan de boomkikkers in winterrust. Ze overwinteren op het land op vorstvrije plekken meestal onder de grond, zoals in muizen- en mollengangen. De gemiddelde leeftijd die een boomkikker bereikt als hij de eerste overwintering overleefd heeft, is drie tot vijf jaar.

Eten en gegeten worden

Boomkikkers eten onder andere vliegen, kleine kevers, spinnen en mieren. De grootste bedreigingen voor hen zijn roofvogels, egels, spitsmuizen, bunzings, dassen en ringslangen.

Verspreiding

De boomkikker komt in vrijwel geheel Europa voor maar is hier is veel zeldzamer dan de groene en de bruine kikker omdat ze veel meer eisen stellen aan hun leefomgeving. In Nederland komen boomkikkers steeds vaker in kleine populaties voor in Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant, Midden- en Noord-Limburg, Achterhoek, Salland, Twente en Drente.

Kijken wat er in de poelen leeft

Beheer

De Kring Landschapstuin op de Noorder Poort is regelmatig in de weer om het leefgebied van de boomkikker te verbeteren. Dat vraagt om beheermaatregelen. In 2019 heeft onze beheerder bij een aantal poelen bramen aangeplant en we willen graag langs de aangeplante singels struweelrijke randen ontwikkelen, om de boomkikkers plekken vlak bij het water te bieden waar ze kunnen zonnen. Ze halen hun energie uit de warme zonnestralen; gezeten op de bladeren van de braamstruiken tanken ze bij.

Slot

Wil je de boomkikkers zien, dan heb je dus de meeste kans op warmere dagen waarop  de zon flink schijnt. Er zijn dagen bij dat je er vele tientallen kunt tegenkomen, als je maar goed kijkt en op de juiste plek bent. Enfin, je moet het zelf maar eens gaan bekijken. Vanwege hun schutkleur wanen ze zich onbespied en kun je ze redelijk dicht naderen zonder dat ze wegvluchten. Maar pak ze vooral niet op; dan verstoor je ze!

Boomkikkers op de Noorder Poort: een lust of een last? Zeg het maar!

Koninginnen

Koninginnen

Een kleine geschiedenis over verknopingen[1] (door Ursula Roethel)

Op 26 juli werd Sandra Möller uit Hamburg, die sinds een klein jaar op de Noorder Poort woont, tot unsui (zen-non) geordineerd. Sindsdien is haar naam Agetsu (O, maan!).

Ik kom ook uit Hamburg, en Sandra had (met toestemming van Jiun roshi) mij daarom gevraagd om, zoals bij die gelegenheid gebruikelijk is, haar haren af te knippen en haar hoofd te scheren.

Voor mij was dat een teken van bijzonder vertrouwen en ik vond het ook heel mooi om deze stap samen met haar te mogen zetten. We voerden onze kleine ceremonie uit op een prachtige zomerdag. Ik moest een kleine lok op haar kruin laten staan, zodat Jiun roshi die tijdens de ordinatie als laatste kon afscheren.

HarenScherenAgetsu-2

Aki, een vrouw met wie ik lange tijd als grimeuse in het theater heb gewerkt, heeft sinds tien jaar een winkeltje in Hamburg dat “Koninginnen” heet. Zij knoopt pruiken voor vrouwen die door ziekte hun haren zijn verloren, meestal ten gevolge van chemotherapie.

Wat ligt dan meer voor de hand dan de haren van een non weg te geven als steun bij de genezing van een zieke vrouw? We zijn alle drie gelukkig met de weg die die haren nu gaan.

Zo ontstaat een “verknoping” van vier vrouwen uit Hamburg en een “verknoping” van haren tot een pruik. We weten nog niet welke vrouw de pruik met de haren van Agetsu gaat dragen. Maar misschien vindt zij door deze “verknoping” ooit nog de weg naar de Noorder Poort. Wie weet?!

[1] Het Duitse woord Verknüpfung betekent verbinding maar wordt ook gebruik voor het knopen van een pruik.

Haiku’s: regen

Hans Reddingius (geboren in 1930) raakte in de jaren zeventig van de vorige eeuw geboeid door de Japanse versvorm haiku. Hij is al veel jaren actief lid van de Haiku Kring Nederland, en was zeven jaar lang hoofdredacteur Nederland van het Nederlands-Vlaamse haikutijdschrift Vuursteen. Sinds 1998 beoefent hij Zen, onder meer in retraites op de Noorder Poort. Hij verzorgt voor ZenLeven een haikurubriek.

 

Regen

De laatste haiku doet denken aan een befaamde houtsnede van Utagawa Hiroshige: Plotselinge Avondstortbui op de Grote Brug bij Atake, van de Honderd Gezichten van Beroemde Plaatsen in Edo, 1857, en aan het olieverfschilderij waarin Vincent van Gogh hetzelfde tafereel uitbeeldde, 1887]

 

Dus: laten we de regen koesteren, naar de regen luisteren, de regen voelen.

 

  1. Haiku Een jonge maan, Japanse haiku van de vijftiende eeuw tot heden Keuze, inleiding en vertaling door J. van Tooren. Meulenhoff, Amsterdam 1973
  2. Haiku Een kleine regenboog. Bloemlezing van Nederlandse en Vlaamse haiku. Kairos, Soest 1993
  3. Marcel Smets Voor de nacht. Haikoe en senrioe. Sintjoris, St.-Denijs-Westrem 1993
  4. Wim Lofvers Soms weet ik het even. Marginale Uitgeverij ’t Hoge Woord, Bakhuizen 2006
  5. Jac Vroemen Domweg gelukkig. Marginale Uitgeverij Iris, Middelburg 2019
  6. J.C. van Schagen Wat dit blijfsel overbleef. De Prom, Baarn 1985
  7. Hans Reddingius Licht op het water. Marginale Uitgeverij ’t Hoge Woord, Bakhuizen 1998
  8. Haiku Een vierkantje zon Tweede bloemlezing van Nederlandse en Vlaamse haiku. Kairos, Soest 1984
  9. Naar rozen kijken Haiku’s van Marcel Smets vzw Haikoe-kern Antwerpen z.j.

Van houten Boeddha’s

Van houten Boeddha’s en alle vormen van respect

Door Ciska Matthes

Tijdens een strenge winter verbleef Dan Xia in een zentempel in Changan, die helemaal ingesneeuwd raakte. Na een paar dagen was alle brandstof op en kon er zelfs niet meer gekookt worden. Bibberend van de kou begon Dan Xia de houten boeddhabeelden van het altaar af te halen en in de kachel te verbranden.

De andere monniken waren geschokt: ‘Wat doe je nu? Je vernietigt onze heilige beelden en beledigt de Boeddha!’
‘Leven deze beelden dan? En zijn ze ontwaakt?’ vroeg Dan Xia.
‘Natuurlijk niet, ze zijn van hout,’ zeiden de monniken.
‘Dan zijn het gewoon stukken brandhout en komen ze goed van pas. Geef er nog eens een paar door, het is echt koud!’

 

Toen de sneeuwstorm eindelijk was gaan liggen, haalde Dan Xia op de markt nieuwe boeddhabeelden voor het altaar. Hij stak wierook aan en op zijn knieën zong hij er talloze soetra’s voor.
‘Vereer je nu het brandhout?’ vroegen de monniken ondeugend.
‘Nee,’ zei Dan Xia zacht, ‘ik eer de Boeddha in deze heilige kunstwerken.’

Eerste indrukken

Ik groeide op in een huis vol boeddhabeelden. Het was in de jaren zeventig en mijn ouders hadden op de een of andere manier een grote liefde voor Aziatische kunst opgevat. Die was toen nog niet zo makkelijk te vinden, boeddha’s waren nog tamelijk exotisch in die tijd. Dus mijn ouders moesten bijvoorbeeld naar het veilinghuis dat eens in de zoveel tijd Aziatische kunst aanbood, om telkens weer een kleine aanwinst voor hun collectie te vinden.

En zo stonden er bij ons, door het huis verspreid, op den duur bijna twintig boeddhabeeldjes, kleine en middelgrote. Ik dacht er als kind niet over na, het hoorde gewoon bij het huis, net zoals de andere kunstvoorwerpen: een schilderij, een litho, een vaas. Geen idee dat er zoiets als ‘boeddhisme’ bestond – laat staan wat dat zou inhouden.
Wel kon ik in mijn moeders stem liefde en respect horen als ze over de Boeddha sprak. En mijn vader kon soms opeens de Boeddha citeren.

 

In de jaren tachtig, toen ik al op kamers woonde, kwam er een abrupt einde aan de boeddha-collectie. Mijn ouders waren op vakantie. Een zeker familielid, dat ondertussen aan harddrugs verslaafd was geraakt, bezat ongelukkig genoeg nog een sleutel van hun huis. Zij nam, samen met haar junkie-vriendje, alle boeddha’s mee. Geen spoor van braak achterlatend.
Mijn ouders waren totaal onthutst toen ze thuiskwamen.

 

Samen met mijn vriendje R. zette ik daarop een verwoede speurtocht in. Eén van R.’s bijzondere talenten was, dat hij met praktisch iedereen goed kon kletsen. Hij legde het junkie-vriendje (met enige dramatische overdrijving) uit hoe verslagen mijn ouders ervan waren, en blijkbaar maakte dat indruk. De tandeloze jongeman kwam een dag later op zijn fiets langs, met in zijn armen een kleine houten boeddha. De enige die hij van de heler terug had kunnen krijgen.
Het antieke exemplaar met gevouwen handen zag er nog even sereen uit als vóór het avontuur. Dat was een hele troost.

Buigen

Toen ik vele jaren later zelf met de zenbeoefening begon, zag ik voor het eerst mensen voor een boeddhabeeld buigen. Ik moest eerst even wennen, maar het voelde eigenlijk heel natuurlijk.
Als kind, als we op vakantie gingen en onderweg een mooie kerk bewonderden, had ik soms ook stiekem geknield voor een Maria of een Jezus. Alleen als mijn ouders niet opletten weliswaar!

In de zentempel in Japan werd dit respect een vanzelfsprekendheid, een tweede natuur. Iedere keer dat je voor het grote boeddhabeeld in de Dharmahal langsliep, al was het op dertig meter afstand, hoorde je je naar de Boeddha toe te wenden en te buigen. We staken altijd kaarsjes bij de beelden aan, stoften ze af, offerden water, bloemen en wierook. Het had iets heel moois.
Hoe heerlijk dat gevoel, om tijdens de eredienst in een volledige buiging je voorhoofd op de tatami te leggen, vol eerbied en verwondering.

Boeddhanatuur

Later, na Japan, keerde ik terug in het huis van mijn ouders. Er waren toen alweer zeven of acht boeddhabeeldjes, en ik begon ze allemaal van water, wierook en bloemen te voorzien. Het leek me tegen die tijd eigenlijk heel vreemd om ze puur als kunstvoorwerp te beschouwen.
Maar dan, wat is nou pure esthetiek? Juist de verstilling die een boeddha uitstraalt, geeft hem zijn speciale schoonheid.

 

Boeddhabeelden en offers zijn allemaal upaya, denk ik: middelen om je te realiseren dat je niet afgescheiden bent, geen losstaand persoon. Staat een boeddhabeeld niet eigenlijk symbool voor onze Boeddhanatuur? Wellicht kun je gaan inzien dat de Boeddha waar je voor buigt, niets anders is dan je Ware Zelf. In wezen is er geen afstand, geen onderscheid.

 

Er is natuurlijk niet maar één juiste manier om je tot een antiek boeddhabeeld te verhouden. Voor de een is het een middel om aan een shot te komen, voor een ander iets moois om van te genieten, of iets duurs om mee te speculeren of te pronken. Sommigen vragen het beeld om een zegen. Weer anderen uiten hun devotie. Allemaal op de een of andere manier op zoek naar vrede en geluk.

 

Echt blijvend, onvoorwaardelijk geluk vind je pas, zei onze zenmeester Harada Tangen, als je je kleine 'zelf' verliest. Wanneer je hem een cadeau bracht, legde hij het meteen op het altaar. 'Voor de Boeddha!' fluisterde hij dan eerbiedig en raakte het niet meer aan. Vervolgens kon het cadeau daar dagen of weken ongemoeid blijven liggen; tot een monnik het tenslotte meenam om te gebruiken voor de hele sangha.

 

Vele jaren na de boeddha-ontvreemding ben ik nog eens op bezoek gegaan bij ons familielid. Ze was tenslotte in een beschermde psychiatrische omgeving komen te wonen.
Tot mijn blijde verrassing had ze op haar tafel een kleien boeddhabeeldje staan, met een kaarsje erbij.

 

Dit stuk is eerder gepubliceerd op de site van Ciska, zie hetoogvandeorkaan.nl/blog

Naar huis gaan

Naar huis gaan

Toespraak van Tetsue roshi op de eerste dag van een go-sesshin

Als er ooit een tijd is geweest om dieper over thuis zijn na te denken, is het wel deze tijd. Velen van ons blijven thuis of gaan alleen kort naar buiten. Wat kan je het dan waarderen, dat er frisse lucht is, dat je kan wandelen of fietsen.

 

Er is een uitdrukking in het Engels: you can make your house into a home, je kunt je huis tot een thuis maken. Prabhasa Dharma zenji, de zenmeester van Jiun roshi en van mijzelf, heeft een boekje geschreven met de titel Going home, naar huis gaan.

Wat bedoelt Prabhasa Dharma zenji daarmee, met Naar huis gaan? In de inleiding van het boekje zegt ze:

 

Zen is niets iets dat begrepen kan worden, het kan slechts ervaren worden. Het is het leven zelf: niet iets waar je verstand van hebt, maar wat je lééft. Zen te leven betekent ieder moment totaal en volledig te leven.

 

Ze benadrukt hier hoe belangrijk het is om zen in de praktijk tot uitdrukking te brengen, het uit te drukken in ons leven, en daardoor thuis te komen. Dat gebeurt als geest, lichaam en adem in harmonie zijn.

Dat is geen gemakkelijke opgave, in een sesshin waarin we zoveel aanwijzingen hebben gekregen. Handen desinfecteren, anderhalve meter afstand houden, stil zitten zonder te bewegen, je aandacht houden bij adem, lichaam, geest. En toch, zo zegt Prabhasa Dharma roshi, bereik je zonder deze inspanning nooit innerlijke vrede, echt geluk, en bevrijding van angst.

 

De oude wijzen hebben de activiteit van onze rusteloze geest vergeleken met golven op de zee van Geest. Wanneer de mentale golven van gevoelens en gedachten tot rust zijn gekomen, verschijnt de Ware Geest, helder en kalm. De werkelijkheid wordt gezien in haar “zo-heid” [suchness in het Engels]. De “nu-heid” en de “zo-heid” van het Zelf verschijnen spontaan; leven en dood worden als één gelijktijdige gebeurtenis gezien.

Deze essentie van de Geest is totaal kalm en vredig, stil en gelaten. Hij is zonder tekenen van wording, maar gaat toch steeds, zonder wil, mee met het van moment tot moment ontstaan en vergaan van de verschijnselen, zonder erdoor gestoord te worden. Kalm en toch vrij bewegend, niet bewust van zichzelf, één geheel, zonder onderscheid te maken, functioneert deze essentie tegelijkertijd op elke mogelijke manier en is in staat om alles waar te nemen.

 

Dat is een diepe waarheid die Prabhasa Dharma hier tot uitdrukking brengt. Het zijn prachtige woorden, die ons aansporen om te oefenen, om te ontdekken wat ons ware thuis is.

Wat hebben we nodig om een corona-sesshin te doen? Wellicht is het eerste dat in je opkomt: discipline. Wanneer je naar de wortel van dat woord zoekt, vind je verklaringen die verwijzen naar het onderwijs of takken van wetenschap, en in de wereld van de kloosters naar zelfkastijding. Vaak associëren we het woord discipline met een sfeer van hardheid. We denken aan zinnen als “ik móet dit doen, ik móet dat doen, het hóort zo te zijn”. En wanneer het toch niet lukt, komen allerlei negatieve gedachten op, waarin we onszelf beoordelen en veroordelen, heel kritisch zijn over onszelf en over anderen. Op die manier schiet discipline haar doel echter voorbij.

Het woord discipline is verbonden met discipel, student, leerling, en heeft dus te maken met willen leren, open zijn, nieuwsgierig zijn. Het lijkt me belangrijk om naast discipline ook de kwaliteiten van vriendelijkheid en zachtmoedigheid ruimte te geven. Vriendelijkheid en mildheid hebben te maken met ruimte, en daarmee met flexibiliteit. Zeker in een corona-sesshin, met anderhalve meter afstand, zijn we ons er steeds precies bewust van waar ons eigen lichaam is en waar het lichaam van de ander, en dat zonder dat we elkaar hoeven aan te kijken.

 

Deze flexibiliteit, deze ruimte, is heel belangrijk. Het is als een dans. Discipline en flexibiliteit houden elkaar in evenwicht. Het is belangrijk om daar ruimte aan te geven, want zonder ruimte kun je niet dansen. Dit geven van ruimte vraagt van ons zachtmoedigheid en vriendelijkheid. En dat vraagt van ons telkens opnieuw beginnen, ieder moment opnieuw begínnen. Het speelt helemaal geen rol hoe lang of hoe kort je zazen hebt geoefend. Het wezenlijke is beginnen. Dat is zo voor iedereen die hier zit, ook voor mij. Het wezenlijke is beginnen, nú.

 

Suzuki roshi heeft een van zijn boeken de titel gegeven: Zen Mind Beginners Mind, in het Nederlands vertaald als Eindeloos met Zen beginnen. Dit gaat over de essentie van onze oefening. Hoe ga jij dat vandaag uitdrukken? Hoe ga jij vandaag met discipline en flexibiliteit dansen? Hoe ga jij vandaag, in jouw thuis, je lichaam en geest, zachtmoedigheid, mildheid en vriendelijkheid ruimte geven? Jij bent de enige die dat tot uitdrukking kan brengen. Hoe doe je dat?

Ik wens jullie een prachtige dag.