Zen in het wild

Zen in het wild

door Daishin van Hoogdalem

Kamperen in het wild? In Nederland? Gecombineerd met zen? Ik wist niet wat ik las in april in de nieuwsbrief van het Dharmahuis Leeuwarden. Bestaat dat echt? Zonder aarzelen heb ik me direct aangemeld en ik heb er geen spijt van gehad.

 

De stille week in de natuur vond plaats in een berkenbos op een schiereiland aan de rand van de Oude Venen, net onder Leeuwarden. Om er te komen, voeren we vanaf het pittoreske dorpje Warrega met een bootje tussen de weilanden en rietkragen naar het natuurpark. We lieten de ‘gewone’ wereld steeds verder achter ons. Toen we aan wal stapten, wachtte ons een verrassing: de bodem van het eiland is veengrond. Bij elke stap veert de bodem een beetje mee.

 

Een klein paadje leidde ons naar een open plek in het berkenbos. Daar konden we ons kamp opslaan. Bij wildkamperen hoort natuurlijk ook een buitentoilet. En ik moet zeggen, dit was een wc met het mooiste uitzicht ooit op bomen, struiken en planten. En ja, ook de douche was echt buiten. Beide wel afgeschermd met een bescheiden zeil, maar met een open zijde.

De kampeerplaats

Het buitentoilet

’s Ochtends en ’s avonds mediteerden we in de boszendo met uitzicht op het bos. De geluiden van de vogeltjes en het ruisen van de bomen waaiden zo naar binnen. Het was geen uitzonderlijk mooi weer, die week in augustus (terwijl het daarvoor zo heet was geweest). Maar eerlijk gezegd, dat gaf helemaal niets. Want het gekletter en geborrel van de regen terwijl we in de boszendo zaten was gewoon een prachtig concert, begeleid door een parfum van natte aarde. Want van de hele dag buiten zijn, gaan echt al je zintuigen open.

 

De tijd buiten de meditatie en de huishoudelijke klusjes, konden we vrij indelen. Ik vond het heerlijk om over het eiland te struinen, tussen de struiken en de bomen, al liep ik daardoor ook een paar teken op. Ook fijn was een plekje zoeken langs het water om naar de onstuimige luchten te kijken. Een verrekijker hield ik onder handbereik om naar kiekendieven, buizerds en ander gevogelte te loeren. Soms liep ik door de weilanden en rietkragen om een eindje verderop het gedrag van de lepelaars te bestuderen. Wist je bijvoorbeeld dat ze proberen de vis uit elkaars bek te stelen?

 

De boszendo

Zwaar weer op komst

We waren met een klein groepje (vijf mensen) en die intimiteit was heel passend bij dit kleine natuurreservaat. Tenjo, die de week begeleidde, hield elke dag bij de koffie een kleine toespraak waarbij ze ons aanmoedigde om de omgeving met onze zintuigen direct te ervaren. Als we wilden konden we uitdrukking geven aan die ervaringen door te tekenen of te schrijven. Dat leverde mooie impressionistische tekeningen en soms ook heel nauwkeurige observaties op. Ook schreven we haiku’s op die we aan elkaar voordroegen.

Tekening van Daishin

Zonlicht in het bos
twee dartelende vlinders
geen spoor van regen

Haiku van Tenjo osho

En als laatste, maar niet het minste: de kok schotelde ons drie keer per dag een heerlijke maaltijd voor. Dat hij zich redde in de buitenkeuken, die het door hevige regenval soms zwaar te verduren kreeg, is een wonder. Gelukkig was het ook vaak genoeg droog en konden we buiten eten. De laatste avond stookten we een vuurtje dat nog lang na gloeide. Net als mijn herinneringen aan deze heerlijke week.

 

Wil je ook ervaren hoe het is om een hele week buiten te zijn? Tenjo organiseert in augustus 2020 maar liefs twee natuurretraites: van 3 tot en met 7 augustus en van 10 tot en met 14 augustus.

 

Opgeven en meer informatie vind je bij het dharmahuis

De kooktent en de eettafel

De laatste avond

Artikelen afdrukken

Cartoon Ardan

Cartoon van ArdAn

Ardan Tozan Timmer is beeldend kunstenaar (zie www.ardantimmer.nl) en zenleraar. Hij tekent cartoons, werkt als kok op de Noorder Poort en is beeldredacteur van ZenLeven.

Nieuwe soorten in de landschapstuin

Nieuwe soorten in de landschapstuin

Ook de afgelopen zomer zijn in de landschapstuin weer nieuwe soorten gevonden.

Leonhard Schrofer, de enthousiaste leidinggevende van de Kring Landschapstuin, vond bij één van de poelen de kleine zonnedauw, een vleesetend plantje dat op schrale grond groeit in de buurt van vennen.

Ook ontdekte Leonhard twee kolonies pluimvoetbijen, één bij de brempoel aan de noordkant van het terrein en één vlak bij de hoofdingang. Deze bijensoort graaft groepsnesten waarvan de hoofdgang 30-100 cm diep is, met zijtakken voor de broedcellen. De Noorder Poort is een goede plek voor hen omdat daar een paar bloemensoorten voorkomen waar ze graag op vliegen, bijvoorbeeld de vertakte leeuwentand.

Foto van Leonhard...

Vertakte leeuwentand

... en een wat duidelijkere, afkomstig van wildebijen.nl

De kolonie bij de brempoel

De boomkikker heeft zelf het erf van de Noorder Poort ontdekt. Landschapsbeheerder Ajit heeft een eerste exemplaar gespot bij de dobbe (de diepe, met struiken begroeide kuil aan de voorkant op het erf), plus twee stuks in de voormalige kippentuin voor het kantoor en nog een vierde aan de noordkant van het erf. Ze zijn allemaal naar de dobbe gebracht. Om nog meer beschutting te creëren voor deze soort zijn dit jaar bij twee poelen groepen bramenstruiken geplant - hun favoriete leefplek op het land.

Ook van Ajit is het fraaie zoekplaatje hieronder: welk dier (ook niet eerder aangetroffen op het terrein) staat op deze foto?

Boomkikker in de dobbe

Zoekplaatje

De werkweek

Raphael en Ajit: De werkweek verbroedert.

Raphael en Ajit: De werkweek verbroedert.

De werkweek: waar werk en meditatie samen komen

door Sandra Weijman

Regelmatig wordt er op de Noorder Poort een werkweek gehouden. De werkweek duurt  van maandag tot en met vrijdag en tijdens deze week wordt er gewerkt aan verschillende klussen in en om de Noorder Poort. Werk en meditatie worden gecombineerd en dienen elkaar. Tijdens de werkweek in de eerste week van juli 2019 heb ik drie deelnemers geïnterviewd.

Eerste interview met Ajit Peters, begonnen als vrijwilliger en sinds 1 juni 2016 in dienst als beheerder van de landschapstuin, voor twee dagen per week

Raphael en Ajit aan het werk

Wat betekent de werkweek voor jou?

De werkweek is erg belangrijk omdat we ontzettend veel werkzaamheden kunnen uitvoeren. Vooraf plan ik in overleg met Jiun Roshi het buitenwerk. Tijdens de werkweek worden de werkzaamheden verdeeld en de puntjes op de i gezet.

Kun je wat voorbeelden noemen van werk buiten?

Dat is afhankelijk van het seizoen. In het voorjaar en najaar worden de bomen en de struiken en de fruitbomen gesnoeid. Rondom de fruitbomen wordt onkruid weggehaald en daar wordt ook meteen bemest. De paden worden schoongemaakt, in het voorjaar wordt de bloementuin opgeruimd voor de zomer, en in het najaar wordt die schoongemaakt voor de winter.

Waarom zou volgens jou iemand naar de werkweek moeten komen?

Ik vind de werkweek een perfecte combinatie van werk en meditatie! We zitten vier periodes per dag ('s morgen vóór het ontbijt en 's avonds). In de ochtend en in de middag zijn er twee werkperiodes; één waarin je mag praten en één in stilte. Tijdens een sesshin is alles gericht op het zitten, maar kun je meteen dát waarmee je tijdens de meditatie in aanraking komt in de praktijk brengen. Als mensen hier komen, kunnen ze meteen ook zien hoe wij hier leven  en zich laven aan hoe het hier gaat op de Noorder Poort. Je hoeft niet veel na te denken, je hoeft je ook geen zorgen te maken over het eten, je hoeft alleen maar te luisteren naar wat er van je gevraagd wordt, en je krijgt werk dat je fysiek aan kunt.

Ik zie dat het hier op het terrein (9,8 hectare) met elke werkweek mooier wordt. De mensen die hier komen, betalen een relatief laag bedrag en krijgen hiervoor een kamer, eten en de meditatie. Ze zetten hun uren in om te werken en dat is dan weer de winst voor de Noorder Poort.

Tweede interview met Thuy, een goede vriendin van bewoner Daido (afkomstig uit Vietnam), voor de tweede keer aanwezig tijdens de werkweek

 

Is dit je eerste keer op de Noorder Poort?

Ik was hier voor het eerst in 2017 bij een werkweek, en dit is mijn tweede keer. De eerste keer was in de herfst, in oktober, toen stormde het en was het behoorlijk koud. Nu is het anders, het weer is veel fijner.

Wat heeft je naar de werkweek gebracht?

Het gaat niet zozeer om de werkweek, maar om dit meditatiecentrum; om de meditatie, om de mensen hier, de sfeer, ik vind dat heel fijn. Ik ken Daido al heel lang. We hadden een tijdje geen contact gehad maar via een gemeenschappelijke vriendin hoorde ik van de Noorder Poort en ik ben toen een keer met haar meegekomen.

Ik vind het hier zo fijn. Mensen zijn hier zo aardig voor elkaar zonder daar moeite voor te doen, het is de aard van de dingen hier, vriendelijk zijn voor elkaar. Ik doe nu de werkweek, omdat het op dit moment voor mij vrij pittig is om echt intensief te mediteren. Dus het is fijn om dan zowel de meditatie te hebben als de lichamelijke activiteit van het werken. Het is niet zo makkelijk voor me, ik ben niet zo'n sportief persoon. Het is voor mij de eerste keer dat ik in de tuin werk.

En hoe is dat voor je?

De eerste dag was een beetje zwaar omdat het erg warm was en ik veel moest zitten, ik moest onkruid wieden.  Maar vanaf de tweede dag was ik eraan gewend, en vond ik het ook leuker.

Ik herinner me het moment dat ik de knoflook moest uitgraven. En ik dacht, dat is alles, er zit niet meer onder de grond. Maar toen bleef ik graven en graven, en er was nog veel meer knoflook! Het was echt een verrassing!! Een ander moment merkte ik, o, het is een meditatie, want ik vergat alles buiten mezelf, ik was alleen maar aan het graven, graven, graven. Het voelde zo goed! Ik denk dat ik me dat moment nog lang zal herinneren.

Ik deed niet zulke ingewikkelde werkzaamheden, ik volgde gewoon de instructies van Daido. Maar omdat ik allerlei verschillende dingen deed, leerde ik meer over hoe je werkt met de verschillende groenten in de tuin. Het is helemaal niet saai, omdat elke groente een andere manier van werken vraagt, een ander schema, een andere hoeveelheid water en voeding. Op dit moment heb ik nog geen speciale hobby, maar ik zal zeker denken aan tuinieren!

Dus je hebt een nieuwe interesse ontdekt hier.

Ja, ja. Ik ben niet zo hardwerkend en zo gericht op de details maar misschien zal deze hobby mijn karakter veranderen, als je écht zorgt voor planten.

Had je ervaring met meditatie voordat je hier kwam?

Niet zo veel. Ik heb er nu een goede indruk van gekregen, en ik denk dat ik het vanaf nu vaker ga doen.

Ben je van plan om hier terug te komen?

Ja. Ik zat erover te denken om dan voor wat intensievere meditatie te gaan. Misschien voor een week, misschien voor een maand, dat weet ik nog niet. Ik zou heel graag terugkomen.

Derde interview met Frans Willemsen, vaste gast tijdens veel werkweken (en ook de vormgever van ZenLeven)

Jij bent eigenlijk een vaste gast op de werkweek, hoe lang al?

Ja, 2001 was ik hier voor het eerst.

En kom je hier elk jaar wel een keer?

Ja, soms wel twee, drie keer per jaar. Soms sla ik ook een jaar over maar over het algemeen kom ik ieder jaar.

En hoe ben jij hier terecht gekomen bij de werkweken, want jij doet alleen de werkweken toch?

Ja. Ik heb één keer een zenweekend gedaan. Maar de werkweek spreekt me meer aan, past beter bij me.

Vertel eens.

De combinatie van meditatie en werken, én het werken op zich. Wat ik leuk vind, is de stilte. Ik zie het eigenlijk meer als een reflectie van het moment waar ik nu sta. Ik probeer altijd wel te kijken naar: hoe ga ik erin, deze week, en wat wil ik eruit halen voor mezelf. Hoe kan ik verder, waar sta ik in het leven? Voor mij zijn dat een aantal punten die ik hier uitwerk.

Ik vind het ook heel prettig om alleen te werken. Het leukst vind ik het als ik een project krijg. Je komt hier, dan zijn er een aantal klussen die gedaan moeten worden. Dan pak ik dat eigenlijk planmatig aan. Daar ben ik dan zo de hele week mee bezig, en dan is het op een gegeven moment klaar. Deze week heb ik bijvoorbeeld een bruggetje gerepareerd. Ik vind het dan aardig om het zo te doen dat het mooi is, maar dan wel zo dat het organisch lijkt. Niet perfect, maar wel zo dat het klopt, alsof het er al jaren ligt.

Dat is ook fijn denk ik, dat je het af kunt maken.

Ja, en dan is er een soort project weer gelukt. En als er dan ook een beetje fysieke arbeid bij komt, dat vind ik leuk. Ik moet wel zeggen, het is voor mij niet altijd makkelijk hier toch heen te gaan. Dan kom je hier in de rust, je gaat mediteren, je gaat werken, en dan voel je natuurlijk je lichaam meer. En het is  niet alleen maar leuk. Je komt dingen tegen, je hebt voorkeuren, het werk kan zwaar zijn, of minder leuk. Maar goed, dan is het toch de kunst om het aan te gaan. Als ik eenmaal aan het werk ben dan ga ik het zo goed mogelijk doen, en dan wordt het ineens leuk.

Wat ik hier geleerd heb met werken, met de werkweken, is dat als de bel gaat, dan is het over, dan ben ik klaar. Dan ruim je alles op en dan was dat het. Loslaten; ik heb het zo goed mogelijk gedaan, en dit is het. Misschien is het niet perfect maar ik stop ermee, ik ruim mijn spullen op en ik ga morgen weer verder.

Waarom zouden mensen volgens jou naar de werkweek moeten komen?

Ja dat kan verschillen per persoon natuurlijk, maar ik denk dat je tijdens een werkweek kunt ervaren hoe het mediteren is. Om op te kunnen bouwen, om ervaring op te doen is de werkweek ideaal. Je zit een aantal periodes, je bent zo nu en dan stil en je hebt iets om handen, je krijgt een taak. Als je aan een werkweek meedoet dan ga je taken uitvoeren, en ik denk dat die heel goed in je dagelijks leven zijn toe te passen. Dat je denkt: op die manier wordt er gewerkt, dat ga ik thuis ook eens proberen.

Waarom een zenmonnik zijn hoofd scheert

Prabhasa Dharma zenji en Jiun roshi in 1986

Waarom een zenmonnik zijn hoofd scheert

door Ciska Matthes

Toen ik ooit een tijdje in Dai Bosatsu verbleef, een prachtig zencentrum midden in de Catskill Mountains in upstate New York, ging ik een keer de verderop gelegen groentetuin bekijken. Deze tuin was aangelegd door een oudere Japanse meneer, die allang in Amerika woonde maar nog altijd niet helemaal vloeiend Engels sprak. In het heuvelachtige landschap was het altijd koel, er was vaak meer schaduw dan zon, en de groentetuin lag daarom op afstand van het centrum, iets lager en met iets meer zon. Het was veel werk om het land te bewerken en verzorgen, maar deze meneer werkte er bij periodes elke dag urenlang en kwam dan ‘s avonds wat eten in het Zencentrum.

 

Op een dag wandelde ik naar de tuin toe om hem te bewonderen. Meneer Sato (laat ik hem zo maar noemen) leidde me rond en liet enthousiast zien wat hij allemaal met de grond gedaan had, de perken en ingepakte groentebedden. Ook liet hij de oprijlaan zien die was aangelegd, een grindpad bovenop de modderige aarde. Hij wees op de kiezelstenen die nogal hoekig waren en zei “very sharp, with cars….” Ik begreep uit zijn gebaren dat de stenen alle kanten opsprongen als er een auto over reed.
Daarna pakte hij een andere kiezelsteen op, die juist mooi rond en glad was. “Like a monk’s head’ zei hij tevreden (zoals een monnikenhoofd) en tegelijk wreef hij er zacht met zijn handpalm overheen: “Nothing sticking, very smooth.”
Zo had ik het nog nooit bekeken, de kale hoofden van de Zenmonniken zo glad dat niets eraan blijft hangen…

 

Er zijn verhalen in de soetra’s van mensen die boos naar de Boeddha komen, omdat iemand in hun familie is ingetreden in de monnikenorde. Waarschijnlijk hadden ze andere plannen voor hun familielid. Ze maken Boeddha verwijten en gebruiken onverkwikkelijke taal. De Boeddha reageert op verschillende manieren. In één geval zwijgt hij eenvoudig, totdat de boze bezoeker uitroept: Ha, je hebt geen antwoord hè, ik heb je verslagen!
Daarop antwoordt Boeddha in verzen (ik heb deze vertaling uit een artikel van André Baets in het Boeddhistisch Dagblad):

 

De dwaas acht zich overwinnaar
als hij met ruwe woorden spreekt.
Maar de lankmoedigheid van iemand
met begrip, die is zijn overwinning.
Wie een boos mens met boosheid vergeldt,
die maakt het daardoor erger voor zichzelf.
Wie een boos mens niet met boosheid vergeldt,
wint een moeilijk te winnen slag.
Hij handelt in het belang van beiden,
van zichzelf en van de ander,
als hij wetend dat de ander kwaad is,
vol aandacht zijn rust bewaart.
Wie beiden geneest – zichzelf en de ander –
de mensen die hem als een dwaas beschouwen,
zijn niet op de hoogte van de Dhamma.


In een ander geval vraagt de Boeddha aan nog zo’n woedende bezoeker, of hij wel eens dingen aan de deur gebracht krijgt. Jawel, zegt die. En ben je verplicht die dingen aan te nemen als ze je tegenstaan?

Welnee, zegt de man.  Welnu, legt Boeddha uit, net zo neem ik, wat je me nu komt aanbieden, niet aan. Het blijft van jou.
Zo begrijpen deze mensen, die de Boeddha met hun woorden aanvallen, dat hij niet meegaat in hun emotie, maar zijn kalmte geheel bewaart – en daarmee kalmeert hij hen ook, ze vinden geen bodem voor hun agressie, en komen uiteindelijk tot rust.

Is dat niet wat het gladde hoofd van een monnik symboliseert? Een geest waarin dingen niet blijven haken, wat voor verwijten je ook worden gemaakt. Zelfs als binnenin je, in je eigen geest, boze gedachten opkomen, zou je ze moeten laten wegglijden, geen bodem bieden. Want boos en kwaadaardig te zijn zal je nergens brengen, je geen vrede en rust geven.
Beter is het een ruime, kalme geest te hebben waarin de dingen gewoon voorbij gaan, wat ze ook zijn. Zodat je je nergens aan hecht en nergens tegen verzet. Als een eindeloze hemel waar de wolken doorheen waaien, waar de regen valt en opdroogt zonder enige hindernis.

 

Dit stuk is eerder gepubliceerd op de site van Ciska, zie hetoogvandeorkaan.nl/blog

Haiku’s – wind

Hans Reddingius (geboren in 1930) raakte in de jaren zeventig van de vorige eeuw geboeid door de Japanse versvorm haiku. Hij is al veel jaren actief lid van de Haiku Kring Nederland, en was zeven jaar lang hoofdredacteur Nederland van het Nederlands-Vlaamse haikutijdschrift Vuursteen. Sinds 1998 beoefent hij Zen, onder meer in retraites op de Noorder Poort. Hij verzorgt voor ZenLeven een haikurubriek.

 

Wind

Meestal waait het. Soms even niet, soms zachtjes, soms krachtig en soms verwoestend. Je weet niet waar de wind vandaan komt – komt hij wel ergens vandaan? De wind is er gewoon. Uit alle richtingen die je kunt bedenken kan de wind komen, komt hij soms. De wind is als ons leven dat komt, dat voorbijgaat, even wegvalt, weer terugkomt, altijd als vanouds, altijd weer nieuw.

Overal het riet

in één richting gebogen –

waarheen gaat de wind?

Anton Gerits[1]

 

Als je voelt en ziet en hoort dat het waait weet je meteen dat alles in beweging is en verandert.

 

Toen de maan opkwam,

woei de avondwind door ‘t gras,

en riep de koekoek.

Shiki[2]

 

Soms is de wind verstorend, verontrustend:

 

Omvergeblazen;

weer opgezet, omgewaaid –

vogelverschrikker.

Buson[2]

 

Het lijkt alsof de wind overal is, waardoor we beseffen dat alles wat bestaat met elkaar verbonden is.

 

Op de wind drijvend

steken twee distelpluisjes

de spoorbaan over.

Bert Willems[3]

 

Als de wind zich roert

tekent de wind over het meer

een flitsend lichtspoor.

Gien de Smit[3]

 

Soms zorgt de wind voor drama, als het stormt bijvoorbeeld, vaak moeten we buigen voor de wind. Daar zijn veel haiku’s  over geschreven. Maar vaak ook zorgt de wind voor korte ogenblikken van geluk.

 

in de middagzon

het haar van mijn kleindochter

in de zomerwind

Hans Reddingius[4]

 

Tenslotte nog een van Shiki, die interessant is doordat de befaamde Britse haikudeskundige R.H. Blyth juist deze aanhaalt als ondersteuning voor zijn opvatting dat Shiki niet religieus zou zijn en daardoor in wezen aan de oppervlakte zou blijven. Voor mij is dit een echte zen-haiku. Wat vindt u?

 

De najaarswind ruist;

voor mij zijn er geen goden,

zijn er geen Boeddha’s.

Shiki[2]

[1] Uit: Haiku Een kleine regenboog. Bloemlezing van Nederlandse en Vlaamse haiku. Samengesteld door W.J. van der Molen, Gaby Bleijenbergh en Bob Verstraete. Kairos, Soest 1993.

[2] Uit: Haiku Een jonge maan. Japanse haiku van de vijftiende eeuw tot heden. Keuze, inleiding en vertaling J. van Tooren. Zesde, herziene druk Meulenhoff, Amsterdam 1983

[3] Uit: Haiku Een vroege pluk. Bloemlezing Nederlandse en Vlaamse haiku, samengesteld door Simon Buschman. Kairos, Soest 1981

[4] Uit: In een oude schuit. Boekscout, Soest 2017

Benefietlunch beddenactie

Kom lunchen voor nieuwe bedden

Van het bestuur van de SVNP

In het vorige nummer van ZenLeven stond een artikel over de campagne Slapen is van groot belang van de Vriendenstichting, met als doel: geld inzamelen voor nieuwe bedden en matrassen op de Noorder Poort.

 

We zijn als bestuur van de SVNP enorm blij en dankbaar voor alle donaties die we tot op heden hebben mogen ontvangen en staan inmiddels op ruim 70% van het streefbedrag.

 

De campagne loopt nog tot 11 januari 2020. Op deze dag is er een benefietlunch op de Noorder Poort, met in de ochtend een lezing van Jiun Roshi, getiteld: Slapend ontwaken.

 

Daarna wordt een lunch geserveerd, en in de middag treedt er een koor op van onder andere bewoners van de Noorder Poort. Ook is er gelegenheid een wandeling te maken in de omgeving en is er de mogelijkheid van overnachting. Kosten 75 euro voor het dagprogramma, 125 euro inclusief avondeten, overnachting en ontbijt.

 

Een mooie gelegenheid naar de Noorder Poort te komen, of … er kennis mee te maken. Je bent van harte uitgenodigd.

 

Je kunt je opgeven via een mail aan vrienden@zenleven.nl 

 

Wij hopen je te ontmoeten op 11 januari 2020.

 

 

 

Het verborgen licht

Het Verborgen Licht

Boekbespreking door Monique Leferink op Reinink

Dit boek is een verzameling van honderd koans en andere verhalen over hoe boeddhistische vrouwen tot inzicht kwamen of hun inzicht toonden. De oude Chinese zentraditie kent een aantal van dit soort verzamelingen, maar die gaan vaak vooral over mannen. De verhalen in dit boek bestrijken vijfentwintig eeuwen: vanaf de historische Boeddha tot aan het heden. Hoe uniek!

Het geeft een stem aan vrouwen: nonnen, leken, oude vrouwtjes die thee verkopen langs de weg, leraren, tieners, kokkinnen, kluizenaressen, courtisanes, grootmoeders en hedendaagse vrouwelijke beoefenaren.

Wat het boek nog inspirerender maakt is dat alle verhalen worden gevolgd door  beschouwingen van hedendaagse vrouwelijke boeddhistische leraren, afkomstig uit verschillende tradities en  verschillende landen. Elk van deze beschouwingen heeft als uitgangspunt de vraag hoe de koan deze leraar met betrekking tot haar eigen leven en Dharmabeoefening aansprak. Hierdoor ontstaat een bron van diep doorleefde ervaringen en rijk geschakeerde reflecties die, wanneer je het boek openslaat, steeds weer een bron van inspiratie en leren vormen. Zie bijvoorbeeld, elders in dit nummer, de bijdrage van Jiun roshi bij de koan Anoja is op zoek naar het zelf.

 

Elke beschouwing wordt afgesloten door een of meer vragen die de lezer kan gebruiken om de tekst dieper te laten resoneren in het eigen leven. Een paar voorbeelden:

 

Heb je ooit de wijze over het hoofd gezien die in schijnbaar gewone kleding vlak voor je stond? ( bij ‘De oude vrouw van de berg Wutai’)

Hoe aanvaard je het onaanvaardbare? (bij ‘Maylie Scott ontmoet de eenzaamheid’)

Wanneer je alle pogingen opgeeft om anderen te behagen, wat is dan je werkelijke ‘zaak’? (bij ‘Asan klapt in beide handen’).

Tibetaanse non (foto Olivier Adam)

Erg geraakt werd ik door koan, reflectie en vragen bij ‘Kongshi’s badhuis’ (China, 12e eeuw). Kongshi had al vroeg in haar leven de vurige wens non te worden. De omstandigheden van haar tijd lieten haar evenwel geen enkele keus. Eerst moest zij achtereenvolgens haar echtgenoot dienen, daarna haar ouders en tenslotte haar broer. Zij wijdde zich als leek haar leven lang aan meditatie en studie en werd daoren, een ‘mens van de weg’ genoemd. Juist door alle hindernissen waar Kongshi in haar leven mee te maken had gehad, kon ze zien waar het uitsluitend en alleen op aankomt: op ons eigen handelen. Pas toen allen waren gestorven kon zij haar eigen wens nastreven.

 

Kongshi werd diep geraakt door enkele regels uit de Contemplatie van de Dharmadhatu:

Eén sluit alles in en gaat in alles op; alles sluit één in en gaat in één op; één sluit één in en gaat in één op; alles sluit alles in en gaat in alles op.  

Zij besefte hoe alles in de wereld oneindig veelzijdig en met elkaar verweven is.

 

Toen zij al tamelijk oud maar nog geen non was, opende zij een openbaar badhuis.

Op de deur van het badhuis plakte ze een gedicht waarvan de slotregels waren:

 

Zelfs al wis je het verschil tussen water en vuil plotseling weg,

dan moet je dat allemaal toch afwassen wanneer je dit badhuis betreedt.

 

Pas helemaal aan het eind van haar leven werd zij tot non gewijd.

 

 

De aansluitende beschouwing van Juen Ryushin Boissevain, zenpriester in de traditie van Shunryu Suzuki en arts in een hospice, beschrijft de stralende ogen van een vrouw, in de laatste dagen van haar leven. Zij blijft doen wat zij kan doen voor man, kinderen, vrienden en buurkinderen, troost de bezoekers, en spreekt over de vele gelukkige herinneringen die ze heeft. Tenslotte kan ze zich overgeven aan het enige wat haar nog te doen staat: loslaten.

Juen Boissevain wijst erop dat wij, waar we ons ook bevinden, altijd een keus hebben: ons identificeren met ons lijden of ons blijven openen voor het moment.

 

Wat was water, wat was stof in Kongshi’s leven? Waarin nam ze een bad? Wat verhindert de vervulling van je vurigste wens?

 

Dit boek heb ik gelezen en herlezen, ik ben tegengekomen waar ik zelf in vastzit, soms ook ontstond er een inzicht, maar wat deze teksten vooral bieden is houvast bij de beoefening in het dagelijks leven.

 

Zie voor details van het boek de site van Asoka

Voorpagina najaar 2019

Wat is echte armoede? Wanneer je thee drinkt, ben je dan een man of een vrouw? Wat is eigenlijk het zelf dat je zoekt?

Jiun roshi over Anoja is op zoek naar het zelf

Het boek Het verborgen Licht geeft een stem aan vrouwen: nonnen, leken, oude vrouwtjes, leraren, tieners, kokkinnen, kluizenaressen, courtisanes, grootmoeders...

Kan echt iedereen verlicht worden?

Cartoon van ArdAn

Ik vind de werkweek een perfecte combinatie van werk en meditatie!

Sandra praat met deelnemers

Kamperen in het wild? In Nederland? Gecombineerd met zen? Bestaat dat echt?

Zen in het wild

Zo had ik het nog nooit bekeken, de kale hoofden van de zenmonniken zo glad dat niets eraan blijft hangen… Waarom een zen-monnik zijn hoofd scheert

Toen de maan opkwam,

woei de avondwind door ‘t gras,

en riep de koekoek.

 

Wind

De boomkikker heeft zelf het erf van de Noorder Poort ontdekt.

Nieuwe soorten in de landschapstuin

Op 11 januari 2020 is er op de Noorder Poort een benefietlunch voor nieuwe bedden.