Afdrukken

Zengroependag in 2018

Vier ruimtes van landelijke groepen

Ruimtes van vier landelijke groepen

Zengroependag in 2018

 In het voorjaar van 2015 werd op de Noorder Poort een dag gehouden bestemd voor deelnemers aan onze landelijke meditatiegroepen. Dat was een groot succes; er waren bijna honderd mensen aanwezig.

 

Reden genoeg om dit nog een keer te doen. Datum en opzet zijn al bekend. De dag zal worden gehouden op zondag 17 juni 2018. Bij aankomst zal er eerst koffie, thee en taart zijn; daarna houdt Jiun roshi een voordracht en beantwoordt ze vragen.

 

In de middag zijn er workshops. Elke deelnemer kan er twee kiezen, uit een totaal van vijf:

  • Haiku’s lezen met Maurits Hogo Dienske
  • Moeiteloos zitten met Jolinda Daishin van Hoogdalem
  • Op adem komen met Marjolein Kyosei Verboom
  • Zeeën van tijd met zenmeester Dōgen met Babette Blossoming Wisdom Maman
  • Zen zien tekenen met Ardan Shinyo Timmer

Enkele maanden voor de dag zelf worden nadere details bekendgemaakt. Net als de vorige keer is de dag op basis van dana: een vrijwillige bijdrage.

Wat is een meditatieleider?

Meditatiegroep Zwolle

Wat is een meditatieleider?

Verspreid over heel Nederland zijn achttien meditatiegroepen actief die verbonden zijn met de Noorder Poort. In die groepen wordt gemediteerd op dezelfde manier als in het zencentrum; als je vanuit zo’n groep voor het eerst aan een programma op de Noorder Poort meedoet, ken je de gang van zaken dus al vrij goed.

 

Die groepen worden begeleid door een zenleraar of door een meditatieleider. Hoe weet je als deelnemer aan zo’n groep nu dat die leiding voldoende kwaliteit heeft? Natuurlijk merk je dat wel als je in zo’n groep zit, maar wordt de kwaliteit van de groepsleiders eigenlijk bewaakt?

 

Formeel vallen de meditatiegroepen onder het Internationaal Zen Instituut Nederland (IZIN). De begeleiding van de zengroepen is in handen van Tetsue roshi en Marjolein Kyosei Verboom.

 

Sommige groepen worden begeleid door een zenleraar. Die wordt benoemd door één van de twee zenmeesters. Zenleraren hebben een uitgebreide opleiding gekregen en hebben daarvoor al lang en intensief gemediteerd. Ze zijn bevoegd om de dharma (de boeddhistische leer) te onderwijzen, zowel in voordrachten voor de hele groep als in persoonlijk onderhoud. Zelf zijn ze ook nog in training bij één van de twee zenmeesters. Ze ontmoeten elkaar jaarlijks op een lerarenbijeenkomst, waar ook Jiun roshi bij aanwezig is.

 

Andere groepen worden begeleid door een meditatieleider: een zenbeoefenaar die de eigen oefening wil verdiepen door een groep te gaan leiden en die anderen ook graag de gelegenheid geeft om zen te beoefenen. Je kunt alleen IZIN-meditatieleider worden met toestemming van Jiun roshi, Tetsue roshi of Tenjo osho.

 

Als meditatieleider houd je je aan een aantal regels:

  • Je bent zelf in training en volgt daarom minstens één keer per jaar een lange retraite bij Jiun roshi of Tetsue roshi, en wel bij voorkeur een zevendaagse.
  • Je doet mee aan het jaarlijkse meditatieleidersweekend, onder leiding van Tetsue roshi en Marjolein Kyosei Verboom. In dat weekend wisselen de leiders ervaringen uit, krijgen ze de gelegenheid om bepaalde vaardigheden te oefenen en bestuderen ze, aan de hand van een vooraf opgegeven boek, een bepaald aspect van de boeddhistische leer.
  • Je wordt meditatieleider om je eigen zenbeoefening te verdiepen en niet om er geld mee te verdienen. Zengroepen van het IZIN hebben dus geen winstoogmerk. De cursusprijs dekt alleen de kosten (huur van de ruimte, aanschaf van kussens en dergelijke) en blijft daardoor laag.
  • Je stelt je op als medebeoefenaar en niet als leraar: je houdt geen eigen voordrachten en biedt geen persoonlijk onderhoud aan.

Tetsue roshi en Marjolein Kyosei Verboom zijn verder altijd beschikbaar voor advies en goede raad. De meeste zengroepen worden regelmatig bezocht door één van de leraren.

 

Zowel leraren als meditatieleiders volgen in hun leven de tien bodhisattvageloften van de Ene Geest. Een ethische gedragscode is in de maak. Een laatste element in de kwaliteitsbewaking is de vorig jaar ingestelde procedure voor klachten en conflicten.

Osho-ordinatie in Leeuwarden

Jiun roshi, Tetsue roshi en Tenjo osho vóór het Dharmahuis

Osho-ordinatie in Leeuwarden

Foto's: © W.Overdijk

 

Op 5 november 2017 is Anshin Tenjo Schröder door Jiun Hogen roshi tot osho (zenpriester) geordineerd. Tetsue roshi was getuige-zenmeester en er waren zo'n dertig gasten.

Recitatie tijdens osho-ordinatie van Tenjo

De ceremonie verliep volgens een vaststaand protocol en tegelijk 'opvallend informeel', zoals een journalist in de Leeuwarder Courant het omschreef.

Osho betekent Bewaker van de vrede. Jiun roshi zei: 'Osho's zijn zenleraren die hun leven in dienst stellen van het onderwijzen van de Dharma en het begeleiden van studenten bij hun zenbeoefening. Hierbij volgen zij de boeddhistische ethische voorschriften en hun wijsheid. Een osho realiseert de vrede in zichzelf en draagt op die manier bij aan vrede in de wereld. Als zenbeoefenaar komen we met lege handen.'

Tenjo werd uitgenodigd om haar verwerkelijking van de Waarheid te presenteren aan de hand van koan nummer 12 van de Mumonkan: Zuigan osho placht zichzelf elke dag aan te roepen: 'Meester!...Wees helemaal wakker! Laat jezelf niet door anderen in de war brengen!' In haar presentatie wees ze er op dat Zuigan, die zelf op dat moment osho was en dus geen zenmeester, hiermee de meester in zichzelf aansprakIedereen heeft de mogelijkheid in zich om het ware zelf te manifesterenOp het moment dat dat gebeurt, verdwijnt het onderscheid tussen ik en ander. Ook het in de war zijn verliest betekenis. Als antwoord op de vraag hoe het is om niet door anderen in de war gebracht te worden, nam ze een slok water.

Tenjo presenteert haar inzicht
Ceremonieel maar opvallend informeel

Na de overhandiging van het ordinatiecertificaat kreeg Tenjo haar nieuwe kesa, die ze buiten de zendo aan ging doen, terwijl het publiek wachtte.

Jiun roshi overhandigt het ordinatiecertificaat
Het publiek wacht op het aantrekken van de kesa

Toen ze terug kwam, vroeg Jiun roshi hoe dat voelde, waarop Tenjo reageerde met 'Heerlijk'. Jiun roshi las toen de tekst 'Welcome into the lineage' voor en reikte die uit samen met de lineage-stamboom, waarin te zien is hoe de Dharma van meester tot meester is doorgegeven vanaf de Boeddha zelf.

Tenjo osho: heerlijk!
Tetsue roshi feliciteert de nieuwe osho

Na de afronding van de ceremonie met opnieuw recitaties, werd Tenjo osho nog toegesproken door Tetsue roshi en Wilco Sinnema. De laatste bood haar een cadeau aan: voor haar zelf een set eetschaaltjes en voor het Dharmahuis een aanzienlijke bijdrage voor een grote gong.

Daarna was het tijd voor informele felicitaties en voor een heerlijke lunch.

Informele felicitatie van Jiun roshi
Heerlijke lunch

Interview met Philip Seligmann

Philip Seligmann

Een onverzadigbare nieuwsgierigheid bracht mij tot zazen

Een interview met Philip Seligmann

Philip Seligmann heeft de Noorder Poort vanaf de oprichting ondersteund bij het invoeren van de sociocratische organisatievorm. Sinds 2006 zit hij ook in het bestuur. Threes Voskuilen en Myoko Sint zochten hem op in zijn woonplaats Den Burg op Texel.

 

Wij brengen de morgen door in het strandpaviljoen bij paal 9. Daar ging Philip, toen hij dat nog kon, vaak met zijn vrouw Anna op de fiets naartoe. De zee is opgestuwd tot aan de duinen en harde wind, regen en zand geselen de ramen van de serre. Achter koffie en een brownie zit Philip klaar voor wat komen gaat. Een kleine, zorgelijke duiding van de toestand in de wereld krijgt per direct commentaar: ‘Over de toestand in de wereld heb ik geen oordeel, maar met de huidige evenementitis ben ik niet zo ingenomen. Alles moet steeds opgeleukt worden.’ Op mijn opmerking dat de zee woest is, reageert hij met:‘De zee is wóelig. Deze nauwkeurigheid in het gebruik van taal zal nog meerdere keren tijdens het interview naar voren komen. Het is tekenend voor de manier waarop Philip denkt, zijn gedachten ordent en dan pas spreekt.

 

Philip heeft de respectabele leeftijd van negentig jaar bereikt. In zijn stem klinkt een krachtige aanwezigheid door. Zijn geest is helder en lichamelijke ongemakken worden hooguit daar waar ter zake als feit gemeld. Daarbij klinkt nergens iets van pijn of klagen door. Maar een van de grote ongemakken moet wel zijn dat Philip sinds een half jaar nagenoeg blind is geworden. We kunnen het ons nauwelijks voorstellen, want alle uren dat we met elkaar spraken waren zijn grote, bruine ogen boven de witte stoppelbaard bepalend aanwezig in zijn markante gelaat.

Kerk van Den Hoorn, vlakbij Paal 9

Kerkje van Den Hoorn, vlakbij Paal 9

Wil je iets vertellen over je leven?

Ik heb altijd een vaag gevoel gehad dat mij niets zou kunnen overkomen, dat er een geluksengeltje op mijn schouder zat. Ik heb nooit erg aan mezelf getwijfeld. Dat kwam misschien doordat ik als kind heel erg gewenst ben geweest, ook al in de baarmoeder.

Mijn moeder was achtentwintig toen ik in 1927 werd geboren. Zij was de kleindochter van de sociaal-anarchistische voorman Domela Nieuwenhuis. Recht voor allen, vegetarisch eten en geen alcohol, waren haar leefregels. Ik heb in zoverre wel iets van dat revolutionaire bloed geërfd, dat ik me al als kind van acht bij alles afvroeg: is dat wel zo? En: zitten er niet meer kanten aan?

 

Mijn grootvader van vaderskant vertrok vanuit Duitsland naar Nederland, nadat hij onenigheid had gehad met een Duitse legerofficier en hem een klap had gegeven. Mijn vader was joods. In de oorlog verloor hij meteen zijn baan en moest hij ook de davidster dragen. Maar omdat mijn moeder na een nader onderzoek als arisch was bestempeld, werd hij verder met rust gelaten. In het begin van de oorlog, in 1941, kreeg hij mede door alle spanning een beroerte, en in 1944 is hij na een tweede beroerte overleden.

 

We woonden in Scheveningen en werden geëvacueerd omdat Scheveningen binnen de ‘Atlantikwall’[1] lag. We kwamen met vijf mensen (mijn ouders en de drie kinderen) op een zolderkamertje terecht. Dat was heel moeilijk, daarom ben ik van daaruit naar het huis van een schoolkameraad gegaan. Maar de kans om opgepakt te worden, ik was inmiddels zestien, werd uiteindelijk te groot. Vanaf september 1944 werden namelijk ook jongens vanaf zestien jaar opgepakt om in Duitsland te gaan werken. Daarom moest ik  ‘onderduiken’ bij mejuffrouw Maat, die al tachtig was. Boven haar woonde een buurvrouw die erg bang was dat ik gevonden zou worden. Maar alles is goed gegaan, gelukkig. Ik kon goed met mejuffrouw Maat opschieten. Zij sprokkelde hout in de Scheveningse bosjes en kwam met hele bossen takken achter zich aan terug. Die hakte ik vervolgens op het binnenplaatsje in stukjes zodat de kachel kon branden. Ik zet het woord onderduiken graag tussen aanhalingstekens, want ik heb me maar twee keer echt onder de grond hoeven verbergen, in de kruipruimte, en ook dat liep goed af. We kregen 400 gram brood per week en er waren veel suikerbieten. Omdat ik de enige was die ze lustte, at ik die zo ‘n beetje de hele dag, rauwe suikerbieten.

Atlantikwall in de buurt van Calais;

Atlantikwall in de buurt van Calais (1944; foto Bundesarchiv)

Ik vind het moeilijk om te zeggen in hoeverre de oorlog mij gevormd heeft. Ik heb het gevoel dat ik in de oorlog geen echte trauma’s heb opgelopen. Het heeft wel impact gehad in die zin, dat toen ik ondergedoken zat, ik bijna volkomen op mezelf was aangewezen en vooral ook doordat ik heel veel kon lezen. Ik had maar een paar boeken bij me: Homerus, de gedichten van Marsman, een boek van Du Perron en een paar wiskundeboeken. Ik las daar heel veel in. Van school, ik zat tot mijn onderduik op het Haags Gymnasium, stuurden ze me ook boeken te leen, waarvan sommige grote indruk maakten.

 

Na de oorlog studeerde Philip wiskunde en wetenschapsfilosofie in Leiden. Daarnaast volgde hij ook veel andere colleges, bijvoorbeeld over geschiedenis en literatuur. Lezen bleef steeds een heel bepalende leidraad. In zijn werkzame leven deed hij zoals hij zei van alles en nog wat. Zo werkte hij op het Natuurkundig Laboratorium van Philips en gaf hij wiskundeonderwijs. Later werkte hij als systeemontwerper in de ICT. Hij realiseerde zich langzamerhand hoe belangrijk het is om bij het technisch ontwerp van een systeem uit te gaan van de manier waarop de toekomstige gebruiker denkt. Hij werd daarom ook lid van een paar werkgroepen die zich bezighielden met dat gebruik en mogelijke sociale aspecten daarvan. Philip werkte verder mee aan het opzetten van opleidingen Informatica aan de universiteit. Op den duur werd advieswerk steeds belangrijker. Innovatieve processen en verheldering van de communicatie hierover, stonden daarbij steeds centraal.

 

Na de middagrust gaat het gesprek verder op de kamer van de zorginstelling waar Philip nu woont. Een kamer zoals in de gemiddelde instelling. Maar de aanblik van deze kamer is anders. Aan de wand hangen onder andere een houtsnede van Hokusai, een nadruk van een ets van Goya, en een schilderij gemaakt door zijn dochter Teska Seligmann. Op tafels naast het bed tegen de muur staan drie grote beeldschermen. Met extra hulpmiddelen kan Philip nog lezen op de computer. Verder liggen overal waar dat kan keurig geordende stapels papieren. De volle boekenkast is ook niet wat je doorsnee kunt noemen. Het is passen en meten om een zitplaats te vinden. Want om een hopeloos zoeken voor te blijven, moeten de stapels papieren heel precies blijven liggen. Philip neemt midden in de kamer plaats op zijn rollator, waar hij de hele middag comfortabel zit.

Wat is je band met het boeddhisme en wat maakte dat je daar geïnteresseerd in raakte?

Mijn eerste kennismaking met het boeddhisme ging via een boek van Vestdijk: De toekomst der religie. Wat hij zei over die religie zonder god fascineerde me. Maar ik wist ook meteen dat ik er niet mijn leven aan wilde wijden. Het werd op den duur wel een blijvende bron van inspiratie. Na verloop van tijd ging ik, begin jaren tachtig, samen met mijn vrouw Anna, in de Kosmos in Amsterdam, een cursus bij Nico Tydeman volgen. Eerst een uur zitten, kinhin lopen en zitten, en daarna een steeds boeiende studieklas, over allerlei facetten van zen. We hebben dat jaren gedaan. Uit de cursus heb ik altijd een uitspraak van Dogen onthouden: ‘Wat niet gezegd is, heeft zich niet gemanifesteerd’. Ik ging ook naar daisan, naar het persoonlijk gesprek met Nico. Hij gaf me een koan, ‘Stop het denken’. Ik realiseerde me op een gegeven moment dat ik een niet-intellectueel antwoord moest geven. Op een keer begon ik toen een tientje in stukken te scheuren, waarop Nico zei: ho, ho. Eigenlijk was dat geen probleem, want een geplakt tientje kon zo bij de bank worden ingeruild. Maar Nico vond dat antwoord te gekunsteld.

Taal is heel belangrijk voor mij, maar het zijn niet zozeer de begrippen en de dingen, maar vooral de relatie tussen de begrippen en de dingen die belangrijk zijn.

schilderij Teska Seligmann

Dit schilderij van Teska Seligmann hangt bij Philip aan de muur

Philip formuleert zijn zinnen heel precies, daaraan gaan vaak lange stiltes vooraf. Maar het diepe besef dat denken en taal niet altijd toereikend zijn, ervoer hij al in de jaren zeventig.

Wat bracht je tot zazen, tot zitten op het kussen?

Al in de vroege jaren zeventig had ik het gevoel dat ik met mijn denken, dat ik beoordeelde als adequaat en veelzijdig, toch iets miste. Zazen was in eerste instantie een experiment, gekoppeld aan een onverzadigbare nieuwsgierigheid, met bescherming voor het oneigenlijke. Met dit laatste bedoel ik dat ik alert wilde blijven, dat ik me niet integraal wilde verliezen in een beweging.

In die tijd heb ik drie dagen een ‘Enlightenment Intensive’ groep gedaan. Dat was een enorme ervaring. Je bent drie dagen aan één stuk door bezig met de vraag ‘wie ben ik’, en in eerste instantie vond ik dat belachelijk. Aan het eind van de eerste dag merkte ik dat mijn woede daarover wegebde en daar werd ik dan weer heel erg woedend van. Er liep daar toen ook een hond, waar ik een enorme hekel aan had. Op de derde dag kwam die hond bij mij snuffelen en toen heb ik zeer agressief tegen de hond gegrauwd. Mijn begeleider schrok erg van mijn agressie. Waarop ik zei: ‘Dit ben ik ook’. En precies dat moment bracht me toen voorbij het denken. Dat was een hele diepe ervaring.

Je hebt de sociocratische organisatievorm op de Noorder Poort geïntroduceerd.
Hoe is dat zo gekomen?

De Noorder Poort werd destijds gesticht door Prabhasa Dharma zenji. Zij stelde als voorwaarde dat de organisatie van het centrum democratisch moest zijn. Jiun roshi had belangstelling voor de sociocratische organisatievorm en zo kwamen wij via het Sociocratisch centrum in Rotterdam, waar ik gecertificeerd adviseur en trainer ben, met elkaar in contact. Ik was toen als bestuurslid betrokken bij de oprichting van de Boeddhistische Omroep Stichting. Dat was, niets is toevallig, gekomen door een ‘toevallige’ ontmoeting in de trein, die uitmondde in het introduceren van de sociocratische bestuursvorm bij de BOS. In de vorm van dana heb ik toen besloten mijn adviseurschap in te zetten voor de sociocratische vormgeving van de organisatie van de Noorder Poort.

Wat zie jij als de essentie van de sociocratische organisatievorm?

Philip geeft ons hierover een uitgebreid college, waar we hier maar voor een klein deel recht aan kunnen doen. In een volgend nummer zullen we uitgebreider op deze organisatievorm terugkomen.[2]

De essentie van de methode is dat individu, organisatie en relevante contexten gelijkwaardig zijn. In boeddhistische inzichten zit veel proceservaring en de sociocratische methode kan daarbij passen. Een belangrijke basisregel is dat consent de besluitvorming regeert. Consent als basis voor besluitvorming houdt in dat een beleidsbesluit genomen is, wanneer geen van de aanwezigen beargumenteerde en overwegende bezwaren tegen dat besluit heeft. Misschien vind je zelf iets anders beter, maar als je van mening bent dat het besluit geen onherstelbare schade aanricht, dan geef je je consent, je toestemming. Bij beleidsbesluiten op basis van consensus moet iedereen zich in het besluit kunnen vinden. Dat is een groot verschil.

 

In de organisatie van de Noorder Poort heb ik van meet af aan twee domeinen gedefinieerd. Het spirituele domein is het domein van de meester en die heeft daar als enige zeggenschap. Alle besluiten over de zentraining behoren tot dat domein. Het tweede domein is het organisatorische domein en dat is sociocratisch vormgegeven. Dit domein is organisch in kringen gestructureerd. Het proces van overleg dat zich in de verschillende kringen afspeelt maakt de organisatie open, levendig, doelgericht en transparant.

 

Het is een organisatievorm waarin gelijkwaardigheid door en door tot zijn recht komt. Bij wet is zelfs geregeld dat er geen ondernemingsraad ingesteld hoeft te worden, mits ook statutair is vastgelegd dat de organisatie sociocratisch is opgezet en functioneert.

Hoewel het zenboeddhisme een enorme inspiratiebron is, heb je geen geloftes afgelegd en ben je geen lid van een sangha. Waarom niet?

Ja, ik ben erg geïnspireerd door het zenboeddhisme, ik zit regelmatig in zazen. De essentiële bron van inspiratie in het boeddhisme is voor mij de algehele belichaming van onvoorwaardelijke acceptatie en de voortdurende aansporing tot aandacht en helpen waar dat mogelijk is. Toen ik zo intensief betrokken was geraakt bij het zenboeddhisme heb ik me op een gegeven moment afgevraagd waarom ik mezelf dan geen zenboeddhist zou noemen. Die keus heb ik toen gemaakt. Ik noem mijzelf zenboeddhist.

Philip bij de woelige zee

Philip bij de woelige zee

Als we nogmaals vragen waarom hij zich toch nooit bij een sangha heeft aangesloten, volgt eerst een lange stilte, waarin hij diep in zichzelf aan het zoeken is naar de juiste woorden. Uiteindelijk zegt hij:

 

Omdat ik het woordeloze zowel al gevonden heb, als aan het vinden ben. Allebei.

Tegelijkertijd zou ik graag bij Jiun roshi nog een koanstudie willen volgen, maar daar heb ik geen mogelijkheid meer voor. Ik zou dat onder andere willen omdat Jiun roshi heeft gezegd: ‘Als je een koan oplost, ben je jezelf aan het oplossen.’

Wat is je indruk van de ontwikkelingen op de Noorder Poort? En wat zou voor de toekomst je advies aan de Noorder Poort zijn?

Het gaat heel goed op de Noorder Poort. Er is voortdurende bezinning op hoe de impact en de levensvatbaarheid nog vergroot kunnen worden. Het trekken van aandacht zonder te modieus te worden is belangrijk voor de Noorder Poort.

In plaats van leuk moet het vooral spannend zijn en het verhaal moet vervoerend en te volgen zijn en verwerkelijkt kunnen worden; dat is mijn advies. Vier v’s.’

Kijkend naar waar we vandaag over gesproken hebben lijkt het alsof je vooral een zoeker bent. Klopt dat?

Nee, dat klopt niet. Ik ben vooral nieuwsgierig. Ik zou bijvoorbeeld heel graag nog een paar jaar willen kunnen volgen hoe allerlei ontwikkelingen in de wetenschap verder gaan.

Ik ben een onderzoeker en een generalist die door toevalligheden en vanuit verschillende hoeken dingen combineert tot iets dat werkbaar en waardevol is.

 

Aan het slot van een bij vlagen ontroerende dag op Texel, vol storm en slagregens, vraagt Philip: ‘Kennen jullie de dichter Richard Minne?’ Nee, die kennen we niet. Hij was een Vlaamse dichter. Philip declameert:

 

Lentefanfare

De lente komt zo dapper aan.
Hobooien zijn ’t en zilveren fluiten,
De weduwe kijkt voor het eerst weer buiten,
doet haar gekleurde jak weer aan.

[1]De Atlantikwall was een duizenden kilometers lange verdedigingslinie, bestaande uit bunkers, kanonnnen en mijnenvelden, die Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de kust van de bezette gebieden heeft aangelegd ter voorkoming van een geallieerde invasie.

[2]Wie nu meer wil weten over sociocratie: zie www.sociocratie.nl

Officemanager en zenstudent

Trudy Prins op het kantoor van de Noorder Poort

Officemanager en zenstudent

door Trudy Prins

 

Sinds 1 mei 2017 werk ik als officemanager op de Noorder Poort. De Noorder Poort is een bekende en dierbare plek voor mij. Ik kom hier al tamelijk lang, eerst alleen voor de zenprogramma’s, later ook als bestuurslid en nog weer later als lid van het bestuur van de Vriendenstichting. Ik denk dat ik mijn eerste zenweekend iets van twintig jaar geleden op de Noorder Poort heb meegemaakt. Daarvoor kende ik Jiun Hogen roshi, toen nog Udaka, als leraar in het Zentrum in Utrecht, waar ik wekelijks met haar en de groep zat. Dat maakte me nieuwsgierig naar de Noorder Poort.

 

Ik heb de programma’s op de Noorder Poort altijd met veel plezier gevolgd, soms kwam ik heel regelmatig, andere jaren wat minder vaak. Er waren tijden dat ik alleen nog kwam om koffie te drinken of om te wandelen met Modana en Klaas, maar ook dat was fijn en ik kwam altijd met plezier. Ik zag ‘het Nieuwe Land’ verrijzen, fundraisde met de Vriendenstichting voor een nieuw rieten dak, ineens hadden we mooie kinhin-paden, de moestuin, het zenmeesterhuis. Steeds werd het completer, en sterker, onze Noorder Poort. Mensen kwamen, mensen gingen. Programma’s veranderden, maar de essentie van de zentraining bleef hetzelfde. Ik vind het echt mooi wat er verrezen is!

 

Nu werk ik al weer bijna een half jaar op kantoor, en het gaat goed, ik voel me op mijn plek hier. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik mijn vorige baan heb opgezegd en hier terecht ben gekomen, het was echt tijd voor iets anders. Twaalf jaar zat ik midden in het centrum van Amsterdam, ook heel mooi, en hield ik me bezig met de infrastructuur van het internet, in alle drukte. Hier geniet ik van de rust, van een fijn fietsrondje over de hei na het werk of in de lunchpauze. En van het gevoel dat het ertoe doet dat ik er ben. Er is altijd wel werk op het kantoor, en ik vind het een hele verantwoordelijkheid om het centrale aanspreekpunt voor de buitenwereld te zijn.

 

Thuis, in Brabant, ben ik ook een zengroepje begonnen, op vrijdagavond, en dat gaat heel aardig. Ik geniet van de groep met beginners, heel mooi. De yogastudio om de hoek biedt een fantastische ruimte, die ik afhuur, en zo is de zen ineens weer heel centraal in mijn leven komen te staan. Het moest zo zijn, denk ik. Ik werk hier trouwens niet alleen op kantoor, ik ben ook een (deeltijd)bewoner van de Noorder Poort, en zit wanneer ik er ben (van zondagavond tot woensdagmiddag) elke ochtend en avond mee met het zenprogramma. Wat fantastisch, om zo mee te mogen doen, en wat een goede manier om alles hier nog beter, van binnenuit, te leren kennen. Ik ben blij dat ik de Noorder poort de afgelopen twintig jaar, vanuit vele invalshoeken, zo goed heb leren kennen. Voor mezelf, en voor alle anderen die ik nu goed kan uitleggen wat de Noorder Poort te bieden heeft. Ik hoop dit nog lang te mogen doen!

Het zenleven van Gea de Vries van Gunst

In deze rubriek wordt aan de hand van vijf vaste vragen iemand geportretteerd die mediteert op de Noorder Poort of in één van de landelijke groepen. Dit keer Gea de Vries-van Gunst, 48, wonend in Leeuwarden en intensief trainend in het Dharmahuis bij Anshin Tenjo osho. Ze mediteert sinds 2000 en volgt vanaf 2014 de zenweg.

Gea de Vries

Het zenleven van Gea de Vries

Wat bracht je ertoe om zen te gaan beoefenen?

Mijn zenweg begon in 2014 met de volgende vraag aan zenleraar Anshin Tenjo Schröder: “Mag ik bij u komen mediteren en kan dat wel? Ik volg als christen namelijk een andere methode, maar na het wegvallen van mijn man durf ik niet meer alleen te mediteren, en in Leeuwarden heeft de World Community of Christian Meditation (WCCM) geen groep waar ik naartoe kan”.

 

Ik mediteerde al vanaf 2000 op de manier die door WCCM wordt aanbevolen: elke ochtend en avond 30 minuten mediteren, waarbij de aandacht gericht wordt op, bij voorkeur, één woord.

In 2009 heb ik een ernstig ongeval gehad, waaraan ik beperkingen heb overgehouden. Ik was in die tijd nog samen met mijn man, ik was druk met het herstel van mijn ongeval en met de uitdaging om tóch binnen de zorg aan het werk te kunnen blijven. Door dit alles lag mijn focus op dat moment niet bij meditatie, al probeerde ik met vallen en opstaan wel om het dagelijkse ritme ervan in stand te houden.

 

Na het overlijden van mijn man in 2013 merkte ik al snel een behoefte om dieper te gaan in de meditaties, om meer een geestelijke weg te gaan. Binnen de christelijke traditie viel ik hierbij vooral terug op de oude woestijnvaders. Maar deze waarschuwden ook nadrukkelijk dat het gaan van de geestelijke weg niet zonder risico is en dat het wijs is om iemand te zoeken die je op die weg kan begeleiden. Door mijn beperkingen was ik daarbij aangewezen op mijn eigen omgeving, en dat is Leeuwarden. En zo kwam ik dus begin 2014 bij Anshin Tenjo Schröder terecht.

 

Het volgen van de aanbevolen methode van WCCM had mij al zeer veel gebracht. Wat zen inhield, daar was ik eigenlijk niet mee bezig. Maar toen ik begon met tellen van de ademhaling, ontdekte ik dat de manier die door Tenjo werd  aangereikt mij veel verder, veel dieper bracht.  En vanuit deze ervaring groeide ook mijn belangstelling voor het boeddhisme, want ook dat was voor mij geheel nieuw. Ik begon te merken dat het zenboeddhisme me steeds dierbaarder werd. Zozeer zelfs dat er tijdens een gesprek met Tenjo uit mijn mond rolde: “Ik heb mijn toevlucht gezocht in de sangha en in de dharma…” – maar ik durfde toen nog niet toe te geven dat ik ook mijn toevlucht in de Boeddha had gezocht. Die uitspraak heeft veel in beweging gezet….

Waar en bij wie mediteer je?

Ik mediteer vooral bij Anshin Tenjo Schröder in het Dharmahuis te Leeuwarden. Ook volg ik verschillende zenprogramma’s op de Noorder Poort. Voorzichtig opbouwend ben ik begonnen met daily life sesshins, vervolgens heb ik een aantal go-sesshins gedaan en het afgelopen jaar heb ik voor het eerst meegedaan met een dai-sesshin.

Pietro Peregino, De heilige Benedictus (ca 1495)

Pietro Peregino, De heilige Benedictus
(ca 1495; Vaticaans Museum)

Wie (of wat) beschouw je als je leraren?

Vanuit mijn christelijke traditie ervaar ik vooral Christus als mijn leraar. Ook de Heilige Benedictus is voor mij een belangrijke leraar, daar ik vanaf 2000 volgens zijn regel ben gaan leven met behulp van het boekje “Regel van Benedictus: een levensregel voor beginners”. Binnen de boeddhistische traditie beschouw ik de historische Boeddha ook als mijn leraar. Hij is voor mij als het ware de “boeddhistische H. Benedictus”.

Toen ik ontdekte dat ik schijnbaar twee religieuze tradities te volgen heb (want zo voelt dat), heeft zuster Elisabeth Dinnisen, trappistin van de gemeenschap van abdij Koningsoord en zenmeester, mij verder geholpen op de zenweg middels een aantal persoonlijke gesprekken.

Maar nu, op mijn weg binnen de zenboeddhistische traditie, ervaar ik natuurlijk vooral Tenjo als mijn leraar. En tijdens de sesshins op de Noorder Poort zijn vooral Jiun roshi en soms ook  Tetsue roshi dat voor mij.

Welk boeddhistisch begrip spreekt je het meest aan?

Wat mij vooral aanspreekt binnen het boeddhisme is het gaan van de middenweg. Dus niet alleen een gericht zijn op wijsheid, maar ook oog of gevoel houden voor mededogen. Ook H. Benedictus staat binnen de christelijke kloostertraditie bekend om het bewandelen van de middenweg. Misschien spreekt het mij daarom aan. Ook het begrip boeddhanatuur spreekt mij aan. Het begrip verwijst voor mij naar wat de Boeddha noemde het ongeborene, het ongewordene, het ongemaakte, het ongeconditioneerde. Het is een begrip dat voorbij alle woorden, beelden, concepten en tradities gaat, of in Meister Eckhart’s woorden: dat met alle namen en geen enkele naam te noemen is.

Hoe ziet jouw zenleven eruit?

Na een intense ervaring tijdens een meditatie is mijn leven op de zenweg zich nu snel aan het verdiepen en ben ik stevig “wortel aan het schieten” binnen de zenboeddhistische traditie. Er is in mij een verlangen ontstaan om als unsui te trainen bij Tenjo. Vanaf begin oktober tot en met december ben ik aan het onderzoeken of dat inderdaad mijn weg is. Ik zal geen unsui worden op de Noorder Poort ,omdat dit door mijn beperkingen niet mogelijk is. Mocht uit dit onderzoek blijken dat unsui worden inderdaad mijn weg is binnen het zenboeddhisme, dan zal ik deze training mogen ontvangen van Tenjo in het Dharmahuis te Leeuwarden.

Mijn dank voor het kunnen gaan van deze weg geldt natuurlijk vooral Tenjo en Jiun roshi. Vanzelfsprekend gaat mijn dank ook uit naar de WCCM, want zonder hen was ik nooit met mediteren begonnen. En ten slotte  ook naar mijn oudkatholieke gemeenschap, met name naar aartsbisschop monseigneur Joris Vercammen. Want ook hij heeft mij aangemoedigd de zenweg verder te gaan en mij op die manier dieper te verbinden met beide religies, waarmee hij echter niet gezegd wil hebben dat beide zomaar gelijk te schakelen zouden zijn. In december ontvang ik van hem dan ook het H. Vormsel, want ik ben Christen. En in februari neem ik de lekengeloften en ben daarmee ook boeddhist. Misschien op termijn gevolgd door een ordinatie als unsui.

Rubriek: haiku’s

Hans Reddingius (geboren in 1930) raakte in de jaren zeventig van de vorige eeuw geboeid door de Japanse versvorm haiku. Hij is al veel jaren actief lid van de Haiku Kring Nederland, en was zeven jaar lang hoofdredacteur Nederland van het Nederlands-Vlaamse haikutijdschrift Vuursteen. Sinds 1998 beoefent hij Zen, onder meer in retraites op de Noorder Poort. Hij verzorgt voor ZenLeven een haikurubriek.

Penseeltekening van Hans Reddingius
Penseeltekening Hans Reddingius

© Hans Reddingius

Lettergrepen

Ja, nu dan maar eens over de lettergrepen.

Wij zijn er aan gewend om een gedichtensoort eerder te definiëren naar de vorm dan naar de inhoud. Wat is, bijvoorbeeld, een sonnet? Dat is een gedicht van veertien (twee maal vier en twee maal drie) regels die aan bepaalde eisen van rijm en maat moeten voldoen. Over de inhoud wordt niet meer gezegd dan dat het een lyrisch gedicht is. Op zo’n manier wordt meestal ook ‘haiku’ omschreven. Zo vind ik in van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, twaalfde druk (toegegeven, een beetje oud maar ik ga niet ieder jaar een nieuwe kopen): “haiku (m;-’s) [Jap.], gedicht van drie rijmloze regels in resp. vijf, zeven en vijf syllaben waarin een intense natuurervaring wordt uitgedrukt.” Nu, eerst even over dat [Jap.]. Japanners schrijven hun gedichtjes niet in drie regels maar in één kolom. Verder zijn de klankeenheden waaruit de Japanse taal bestaat niet helemaal te vergelijken met Nederlandse lettergrepen. Maar goed, het drieregelige 5-7-5 model is nu eenmaal bij ons ingeburgerd.

Sommige dichters kunnen er uitstekend mee omgaan:

 

Dunner en dunner

wordt het sleetse bladerdak

zonniger het bos

Inge Lievaart 1

 

Het lijkt me ook aan te bevelen om deze vorm als een soort uitgangsmodel te handhaven. Maar men moet hem niet al te serieus nemen. Het werkt vaak beter om het met minder lettergrepen te doen. Neem nu de haiku waarmee ik de vorige keer eindigde:

 

dooi

alle ijspegels

huilen

Max Verhart 2

 

Het zou een koud kunstje zijn om van dit gegeven een 5-7-5-je te maken:

 

het is gaan dooien

nu gaan alle ijspegels

weemoedig huilen

 

maar daarmee maak je hem wel veel minder krachtig. Tegenwoordig zie je steeds meer haiku’s die van het 5-7-5 model afwijken. Wat maakt ze dan tot haiku, vraag je je af. Blijkbaar zit het wezen van haiku niet zo zeer in de vorm, maar meer in de inhoud. En wat mij betreft zit daarin ook het raakvlak tussen zen en haiku: haiku gaat uit van wat je op enig moment treft via je zintuigen. Dat wordt op een zo onopgesmukt en direct mogelijke manier in woorden weergegeven. Wat hetgeen je trof bij je oproept aan gevoelens en/of gedachten, wordt aangeduid, maar niet expliciet benoemd. Duiding, uitleg, commentaar, abstracties zijn naar mijn idee dodelijk voor haiku, net zoals je daar niks aan hebt als je met een koan zit. Als je erin slaagt een goeie haiku te vinden, kun je soms zelfs volstaan met één of twee in plaats van drie regels.

 

avondlicht de zee ruist in de verte

Hans Reddingius3

1 Inge Lievaart, Een spoor dat vervloeit. Gedichten. De Beuk, Amsterdam 1988

2 Max Verhart, geen woord teveel / not a word too much. Radijs 21, Marginale Uitgeverij ‘t Hoge Woord, Bakhuizen 2000

3 Hans Reddingius, In een oude schuit. Gedichten. De Boekscout 2017

Onlangs publiceerde Hans het boek In een oude schuit, met haiku’s en andere gedichten naar Japans model. Het boek is geïllustreerd met eigen penseeltekeningen.

Stilte op muziek

Herfstbladeren

Stilte op muziek

Het gedicht Stilte van Maria Kogetsu, dat ook in het vorige nummer van ZenLeven stond, is op muziek gezet door Angela Postulka, dwarsfluitist in de Mecklenburgische Staatskapelle in Schwerin. Ze heeft voor ZenLeven een opname gemaakt, samen met de sopraan Katrin Hübner.

In de stilte is er oorverdovend veel lawaai

Duizend woorden zoemen

 

In de stilte

Ruist bloed

Knort maag

Ademt adem

 

Ruim

Leeg

Wit

 

In de stilte

Snijdt de wind

Warmt de zon

Koelt de maan

 

In de stilte

Doet het zeer

 

In de stilte

Groeit vertrouwen

Vallen dingen op hun plaats

 

In de stilte

Klinken stemmen

Oorverdovend

Stil